In aansluiting op adviezen van de vaste commissie Vaccinaties, en op verzoek van het ministerie van SZW, adviseert de Gezondheidsraad ook apart over beroepsgebonden vaccinaties. Sinds 2014 maakt de subcommissie Beroepsgebonden vaccinaties daarbij gebruik van 2 afwegingskaders, die in 2026 zijn herzien. De herziene afwegingskaders zijn van kracht met ingang van 18 juni 2026.

De afwegingskaders zijn bedoeld om op een systematische en transparante manier te beoordelen of vaccinatie van werkenden is aangewezen wanneer zij risico lopen of een risico vormen voor anderen of allebei. De criteria hebben betrekking op de ziektelast en op de effectiviteit, veiligheid en aanvaardbaarheid van vaccinatie. Voor werkgevers en ZZP’ers zijn de criteria uitgewerkt aan de hand van een aantal vragen om te kunnen beoordelen of vaccinatie is aangewezen.

Afwegingskader beroepsmatige vaccinatie ter bescherming van de werkende

Blootstelling

Is er kans op relevante blootstelling aan het aan het infectieuze agens en is het waarschijnlijk dat deze blootstelling via infectie tot ziekte leidt bij de werkende?

Ziektelast

Kan de infectie tot aanmerkelijke (ernstige) ziektelast leiden bij de werkende?

Effectiviteit

Is het aannemelijk dat de vaccinatie effectief is in het tegengaan van ziekte of het reduceren van symptomen bij de werkende?

Veiligheid

Is aannemelijk dat de nadelige gezondheidseffecten van de vaccinatie (bijwerkingen) geen belangrijke afbreuk doen aan de gezondheidswinst van de werkende?

Aanvaardbaarheid

Staat de last door de vaccinatie bij de werkende in redelijke verhouding tot de gezondheidswinst bij de werkende zelf?

Als alle vragen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden dan kan vaccinatie deel uitmaken van het optimaal beschermen van werkenden.

Afwegingskader beroepsmatige vaccinatie ter bescherming van derden

Blootstelling

Is er kans op relevante blootstelling aan het aan het infectieuze agens en is het waarschijnlijk dat deze blootstelling leidt tot transmissie van het infectieuze agens naar derden?

Ziektelast

Kan de infectie tot aanmerkelijke (ernstige) ziektelast leiden bij derden?

Effectiviteit

Is het aannemelijk dat de vaccinatie effectief is in het tegengaan of reduceren van de kans op transmissie van de infectieziekte naar derden?

Veiligheid

Is aannemelijk dat de nadelige gezondheidseffecten van de vaccinatie voor de werkende (bijwerkingen) geen belangrijke afbreuk doen aan de gezondheidswinst van derden?

Aanvaardbaarheid

Staat de last door de vaccinatie bij de werkende in redelijke verhouding tot de gezondheidswinst bij derden?

Als alle vragen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden dan kan vaccinatie deel uitmaken van het optimaal beschermen van derden. Bij deze afweging spelen kosten ook een rol: Zijn de kosten van de vaccinatie van de werkende proportioneel tot de kosten van andere maatregelen die kunnen worden genomen?