Binnen het adviesdomein Zorg adviseert de Gezondheidsraad over relevante wetenschappelijke ontwikkelingen rond de kwaliteit, veiligheid, en doelmatigheid van medische zorg. Bijvoorbeeld bij de totstandkoming van het advies Contactsport en hersenletsel op de lange termijn is nauw samengewerkt met de Nederlandse Sportraad. In dit hoofdstuk reflecteren beide raadsvoorzitters op deze samenwerking. Ook adviseert de raad binnen het adviesdomein Zorg over specifieke aandoeningen en behandelingen die medisch-technisch of maatschappelijk controversieel zijn en waarvoor onafhankelijke advisering nodig is vanuit verschillende invalshoeken (medisch-wetenschappelijk, ethisch en juridisch). Binnen dit adviesdomein adviseert de Gezondheidsraad tevens gevraagd en ongevraagd over kwesties en ontwikkelingen op het gebied van de volksgezondheid die vanuit ethisch of juridisch perspectief van belang zijn. Specifiek voor het signaleren van ethische vraagstukken over gezondheidszorg hebben de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) samen het Centrum voor Ethiek en Gezondheid opgericht (CEG).
Je kijkt vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde probleem
Beeld: © Gezondheidsraad / Wiebe Kiestra
Tom van 't Hek en Karien Stronks
In 2025 werkten de Nederlandse Sportraad en de Gezondheidsraad samen aan twee adviezen over hersenletsel als gevolg van sport. In juni publiceerde de Gezondheidsraad het advies Contactsport en hersenletsel op de lange termijn. Begin september volgde de Nederlandse Sportraad met het advies Hoofdzaak – advies om hersenletsel door sport te voorkomen. Voorzitters Tom van ’t Hek van de Nederlandse Sportraad en Karien Stronks van de Gezondheidsraad vertellen over deze adviezen en over de samenwerking tussen de twee adviesraden.
Twee adviezen
Karien: ‘Voetballers, vechtsporters en rugbyers raken tijdens het sporten regelmatig met hun hoofd de bal of een medespeler. Op basis van de wetenschap heeft de Gezondheidsraad vastgesteld dat zij daardoor waarschijnlijk een verhoogd risico op dementie hebben. Daarom hebben wij geadviseerd om blootstelling aan herhaald hoofdcontact bij sporters te beperken.’ Tom: ‘Als Sportraad hebben wij vervolgens het advies gegeven om maatregelen te nemen om sporters te beschermen tegen de risico’s van herhaald hoofdcontact. De praktische haalbaarheid vonden wij daarbij heel belangrijk want stel nu dat iedereen vanwege het risico op hersenletsel morgen zou stoppen met koppen, maar daardoor ook helemaal zou stoppen met sporten. Dan zou de schade van het niet bewegen misschien wel groter zijn dan de schade die je voorkomt door niet te koppen. Wij proberen dat perspectief ook mee te nemen.’
Aanleiding
Karien: ‘De aanleiding voor de adviezen was het verzoek van het ministerie van VWS aan de Gezondheidsraad om in kaart te brengen wat de wetenschappelijke literatuur zegt over de relatie tussen herhaald hoofdcontact en langdurige hersenschade.’ Tom: ‘De discussie over hersenletsel door hoofdcontact speelt al veel langer in de sportwereld. In een aantal andere landen werden er allerlei kleine en grotere maatregelen genomen. Dus de vraag werd steeds dringender wat de stand van zaken hier in Nederland was.’
Verschillende perspectieven
Tom: ‘Na de adviesaanvraag hebben we als Sportraad en Gezondheidsraad al snel besloten om samen op te trekken en de advisering in een tweetrapsraket te doen.’ Karien: ‘Dat had duidelijk meerwaarde want bij de Gezondheidsraad ligt de focus op wetenschappelijke evidence maar tegelijkertijd moet er met die evidence natuurlijk iets gebeuren. En juist die vertaling naar de praktijk van de sporter is meer het aandachtspunt van de Sportraad. Ik vind het daarom een heel logische gedachte dat je dan als twee raden gaat samenwerken, elk met een eigen rol. Dat heeft volgens mij heel goed uitgepakt.’ Tom: ‘De samenwerking is heel goed verlopen. Natuurlijk was er regelmatig discussie, maar dat is logisch omdat je vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde probleem kijkt. Het wetenschappelijke perspectief is één. Maar het sportperspectief is een ander.’ Karien: ‘Doordat we het samen deden, werd de rol van beide raden veel helderder. Nu konden we als Gezondheidsraad zeggen: wij beoordelen de wetenschappelijke evidence, die dragen we over aan de Sportraad en die mag dan de implicaties gaan bedenken. Daardoor konden we het vraagstuk zuiverder uit elkaar trekken.’
Eigen taak
Tom: ‘Tijdens het adviesproces hebben we op een gegeven moment besloten de twee adviezen niet tegelijk te publiceren, maar na elkaar. Achteraf gezien is dat misschien wel het allerbeste besluit geweest, omdat daardoor ook die twee verschillende perspectieven als afzonderlijke perspectieven heel sterk naar voren zijn gekomen.’ Karien: ‘We zagen al dat er verschil zat tussen wat de Gezondheidsraad zei en wat de Sportraad zei. Dan dacht ik steeds: er móet ook verschil zitten tussen die twee perspectieven want de Sportraad heeft een eigen taak. Door apart te publiceren konden we dat ook naar buiten toe heel duidelijk maken.’ Tom: ‘Bijkomend voordeel was dat wij er toen bewust voor hebben gekozen om het advies direct na de zomer te publiceren, aan het begin van het sportseizoen.’
Meerkoppig monster
Tom: ‘Ik ben sowieso een groot voorstander van meer samenwerking tussen de adviesraden, omdat een probleem vaak een meerkoppig monster is. Het is zonde als ieder voor zich het wiel opnieuw moet uitvinden. Er zit zoveel kennis bij de verschillende adviesraden. Natuurlijk moet je aan de voorkant goede afspraken maken, zodat helder is hoe je het wilt doen en je moet ook gewoon het vertrouwen hebben dat je er met elkaar uitkomt.’ Karien: ‘De meerwaarde van samenwerking zit wat mij betreft vooral in het verschillende type expertise. De wetenschappelijke expertise die we bij de Gezondheidsraad hebben is natuurlijk maar één vorm van expertise. Er zijn er nog zoveel meer. Er is ook praktijkexpertise, met contacten in het veld waardoor je daarover goed kunt adviseren. Ik ben het ermee eens dat je aan de voorkant dingen goed moet afspreken met elkaar. Maar je moet ook niet bang zijn om halverwege van koers te veranderen. Dat is geen falen, maar gewoon onderweg zijn met elkaar.’
Discussie op gang
Tom: ‘Sinds we de adviezen uitgebracht hebben, is er is veel aan het gebeuren bij de verschillende sportbonden en clubs. Er zijn bijvoorbeeld grote amateurvoetbalclubs in Amsterdam en omstreken die zelf direct maatregelen genomen hebben. De adviezen zijn dus weliswaar nog niet officieel vertaald in beleid, maar er is wel een discussie op gang gekomen tussen mensen die deelnemen aan deze sport, ouders die bij clubs informeren om erachter te komen hoe de club met deze nieuwe informatie omgaat. Natuurlijk hebben we ook reacties gekregen van mensen die ons advies onzin vinden. Maar dat hoort er ook bij.’ Karien: ‘Bewustwording is inderdaad heel belangrijk want het zijn op individueel niveau grote risico's. Het risico op dementie is sowieso al groot, over je leven gezien. Een op de vijf mensen ontwikkelt dat uiteindelijk. Spieren of botten herstellen vaak wel weer. Maar hersenen, daar moet je gewoon je hele leven mee doen.’
Drs. Tom van ’t Hek is voorzitter van de Nederlandse Sportraad en heeft een achtergrond in de gezondheidszorg, sport, media en het sociaal domein. Prof. dr. Karien Stronks is voorzitter van de Gezondheidsraad en hoogleraar volksgezondheid aan het Amsterdam UMC.
Het is steeds de kunst om onze boodschap zo helder en begrijpelijk mogelijk over te brengen aan onze adviesvragers en een breder publiek, zonder de nuance te verliezen. Dat is bij dit advies goed gelukt: het werd niet alleen positief ontvangen door het ministerie van VWS, maar ook veel besproken in de media en in de sportwereld.
Silvia Viergever is strategisch communicatieadviseur en persvoorlichter bij de Gezondheidsraad. Zij was in deze rol betrokken bij het advies Contactsport en hersenletsel op de lange termijn.