Beeld: © Gezondheidsraad / Louis Meulstee

De feiten op tafel

In de tweede week van december 2025 publiceerde de Gezondheidsraad de geactualiseerde Richtlijnen goede voeding. Inderdaad, vlak voor de feestdagen. Het was dan ook niet gek dat ik tijdens het kerstdiner wat plagerige opmerkingen van vrienden en familie naar mijn hoofd kreeg in de trant van: “Karien, mogen we dit eigenlijk nog wel eten?” Daar moet ik dan wel om lachen. Mijn eigen kerstviering was vast niet de enige in Nederland waarin de Richtlijnen goede voeding en de Gezondheidsraad op de feesttafel kwamen. In alle bescheidenheid vind ik het ook wel mooi om te zien dat onze adviezen aanleiding kunnen zijn voor goede gesprekken tussen mensen.

De Gezondheidsraad wil niemand op individueel niveau een norm opleggen, iedereen is natuurlijk vrij om zijn eigen afwegingen te maken. Tegelijkertijd heeft een deel van onze adviezen op populatieniveau zeker een normstellend karakter: hoeveel eiwit heeft de mens nodig om gezond te functioneren, is blootstelling aan een chemische stof kankerverwekkend of niet, voldoet een vergunningaanvraag aan de eisen van de Wet op het bevolkingsonderzoek?

Ook in 2025 brachten wij weer een aantal van dit soort normerende adviezen uit. Denk bijvoorbeeld aan het advies Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen, dat we in 2025 in twee delen publiceerden. Hierin constateerden we dat omwonenden van geitenhouderijen een beduidend hoger risico lopen op longontstekingen en adviseerden we onder meer afstandsnormen voor nieuwe geitenhouderijen en woningen. Of het advies Contactsport en hersenletsel op de lange termijn. Op basis van de stand van de wetenschap stelde de Gezondheidsraad daarin vast dat sporters door herhaald hoofdcontact een verhoogd risico hebben op dementie en adviseerde maatregelen om sporters te beschermen. Het advies was aanleiding voor sportclubs om in gesprek te gaan over mogelijke maatregelen en het leidde ook tot verhitte discussies aan talkshowtafels.

Ik vind het mooi om te zien dat de adviezen van de Gezondheidsraad leiden tot een maatschappelijk debat. Tegelijkertijd zijn onze adviezen primair bedoeld voor bewindspersonen en beleidsmakers. Door de inzet van onze raadsleden en de medewerkers van ons secretariaat lagen ook het afgelopen jaar de wetenschappelijke feiten over een groot aantal gezondheidsvraagstukken weer helder onderbouwd op de beleidstafel van verschillende ministeries. Dat is de plek waar het gezondheidsbelang uiteindelijk wordt afgewogen tegen andere belangen. Ik vertrouw erop dat onze adviezen beleidsmakers helpen om beleid te maken dat goed is voor de gezondheid van mensen in Nederland.

In dit jaarverslag vormt het thema ‘normerende adviezen’ de rode draad. U leest het ook terug in de interviews, waarin wetenschappers, beleidsmakers en samenwerkingspartners een kijkje in de keuken geven van het werk van de Gezondheidsraad.

Voor het succes van de Gezondheidsraad is de goede samenwerking met onze adviesvragers, de bewindspersonen van de ministeries van VWS, IenW, SZW, BZK en LVVN en de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, een belangrijke voorwaarde. Graag bedank ik hen via deze weg dan ook van harte voor hun vertrouwen in onze advisering, zoals we die ook het afgelopen jaar weer hebben mogen ervaren.

Prof. dr. Karien Stronks, voorzitter

Vorige paginaVolgende pagina