De Gezondheidsraad adviseert over omstandigheden en factoren die van invloed kunnen zijn op de gezondheid van werknemers. Een vaste taak van de raad is advisering over schadelijke stoffen waaraan mensen tijdens hun werk kunnen worden blootgesteld. De raad leidt advieswaarden af en doet aanbevelingen voor gezondheidskundige grenswaarden en doet voorstellen om stoffen in te delen in specifieke gevarencategorieën. Daarnaast adviseert de raad over vaccinatie van werknemers tegen infectieziekten. De Gezondheidsraad streeft naar een uniforme aanpak binnen Europa voor het afleiden van gezondheidskundige advieswaarden. Voor de beoordeling van stoffen werkt de raad waar mogelijk samen met internationale adviesorganen, zoals de Noord-Europese Nordic Expert Group (NEG).

Als wij een stof classificeren als kankerverwekkend, dan is dat niet vrijblijvend

Beeld: © Gezondheidsraad / Ilse Leitjens

Roger Godschalk is voorzitter van de subcommissie Classificatie carcinogene stoffen van de Gezondheidsraad. Deze subcommissie beoordeelt of stoffen waaraan werknemers op de werkplek worden blootgesteld kankerverwekkend zijn. Hij vertelt over het werk van de subcommissie en het advies over styreen dat in april 2025 verscheen.

Niet droog

‘Het werk van de subcommissie lijkt misschien droog, maar dat is het helemaal niet. Toen ik ermee begon, dacht ik dat je gewoon de regeltjes moest volgen en vooral niet out of the box denken. Een stof is ofwel mutageen of niet, carcinogeen of niet. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Soms heb je data die niet overeenkomen, een proefdierstudie die iets anders zegt dan een humane studie of humane cellen en proefdiercellen die verschillende resultaten geven. Dan moet je als commissie al je expertise inzetten om tot een oordeel te komen over wat er aan de hand is.’ 

Styreen

‘In 2025 keken we als subcommissie naar de gevolgen van het inademen van styreen. Je kunt worden blootgesteld aan styreen bij de productie van polystyreen en synthetisch rubber. Styreen bleek bij uitstek geen rechttoe rechtaan stof. De humane studies die we bekeken waren op zich redelijk duidelijk, maar de proefdierstudies niet. En dat is natuurlijk heel raar want het probleem met humane studies is dat je altijd met confounders zit, dus dat je ziet dat mensen ook aan iets anders zijn blootgesteld. Daarom zijn proefdierstudies meestal veel duidelijker dan humane studies. Maar bij styreen was dat nu net niet het geval. Daarom zijn we de wetenschappelijke literatuur ingedoken en daar zagen we dat styreen in proefdieren anders gemetaboliseerd wordt door een enzym dat wij als mensen nauwelijks hebben. Op basis daarvan hebben we de proefdierstudies minder laten meewegen en hebben we ons vooral gericht op de humane studies. Zo kwamen we tot de conclusie dat er voldoende bewijs is om styreen te classificeren als stof waarvan verondersteld wordt dat hij kankerverwekkend is voor mensen.’ 

EFSA

‘De EFSA, de European Food Safety Authority, was op hetzelfde moment bezig met een advies over de gevolgen van orale blootstelling aan styreen en kwam tot een andere conclusie dan wij. Er waren geen studies gedaan met mensen die oraal waren blootgesteld aan styreen dus de EFSA moest zich wel baseren op proefdierstudies. We hebben hierover een aantal keer gesproken met de EFSA en we hebben elkaar gevonden door het verschil te erkennen: EFSA beoordeelde de orale blootstelling en de Gezondheidsraad de inhalatoire blootstelling. Dat verklaarde de verschillen want als je een stof eet, gaat dat via een heel andere route dan wanneer je hem inademt.’

Maatschappelijk relevant

‘Als wij een stof classificeren als kankerverwekkend, dan is dat niet vrijblijvend. Er moet dan acuut iets mee gebeuren want er worden mensen op de werkvloer blootgesteld aan die stof. Onze classificatie heeft dus consequenties voor hoe er met die stof moet worden omgegaan in de arbeidsomgeving. De werkgever dient actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat mensen beschermd zijn. Dat is soms best ingewikkeld, maar het gaat toch uiteindelijk allemaal om de veiligheid van werknemers. Dat door ons advies mensen minder blootgesteld worden aan schadelijke stoffen maakt ons werk maatschappelijk relevant. Je kijkt binnen een commissie letterlijk buiten de grenzen van je eigen vakgebied en je leunt op elkaars expertise om samen iets heel moois neer te zetten. Iets wat groter is dan wat je als wetenschapper in je eentje zou kunnen doen.’

Dr. Roger Godschalk is voorzitter van de vaste subcommissie Classificatie carcinogene stoffen van de Gezondheidsraad en universitair hoofddocent genetische toxicologie en moleculaire epidemiologie aan de Universiteit Maastricht.

Beeld: © Gezondheidsraad / Louis Meulstee

‘In het geval van dit advies over styreen waren er veel data beschikbaar die goed in kaart gebracht moesten worden. Als wetenschappelijk secretaris ben ik betrokken geweest bij de beoordeling en weging van alle beschikbare studies om samen met de commissie tot een zorgvuldig classificatievoorstel te komen. De bijdrage aan het maatschappelijk belang geeft mijn werk extra waarde.’

Lisa Souhoka is wetenschappelijk secretaris van de subcommissie Classificatie carcinogene stoffen van de Gezondheidsraad en werkte mee aan het advies Styreen.

Vorige paginaVolgende pagina