Verpleegkundige vaccineert man
© Unsplash

Inzet AstraZeneca-vaccin

Het Europees Geneesmiddelenbureau EMA heeft de combinatie van trombose in combinatie met een laag aantal bloedplaatjes na vaccinatie met het AstraZeneca aangemerkt als een bijwerking van het vaccin. De minister heeft de Gezondheidsraad gevraagd om op basis van dat oordeel te adviseren over de inzet van AstraZeneca.

Volgens de nog beperkt beschikbare gegevens, treedt deze zeer zeldzame bijwerking voornamelijk op bij mensen onder de 60 jaar. Er zijn weinig meldingen gedaan van deze bijwerking bij mensen van boven de 60 jaar. Voor de groep 60-plussers geldt dat het risico op sterfte door COVID-19 veel groter is dan het risico op de bijwerking of sterfte daaraan. De Gezondheidsraad adviseert dan ook om binnen deze groep AstraZeneca in te blijven zetten naast de andere vaccins.

Bij mensen onder de 60 pakt de nut-risicoverhouding ongunstiger uit, omdat bij hen het risico op sterfte door COVID-19 veel kleiner is dan bij 60-plussers. Zij kunnen daarom beter één van de andere beschikbare vaccins krijgen. Mensen onder de 60 die al een eerste prik met het AstraZeneca-vaccin hebben gehad, kunnen wel hun tweede dosis vaccin toegediend krijgen. Er zijn tot op heden wereldwijd geen meldingen van de bijwerking na de tweede dosis, terwijl wereldwijd al enkele miljoenen mensen een tweede dosis vaccin hebben ontvangen.

De Gezondheidsraad wijst erop dat deze herverdeling van vaccins de volgorde waarin gevaccineerd wordt niet wijzigt. De raad verwacht dan ook niet dat de vaccinatiesnelheid verandert. Bij mensen onder de 60 jaar wordt op het moment dat zij aan de beurt zijn voor vaccinatie, het AstraZeneca-vaccin vervangen door één van de andere beschikbare vaccins.

De raad heeft de minister op donderdag 8 april 2021 geadviseerd over de inzet van het AstraZeneca-vaccin. De brief met de schriftelijke onderbouwing bij het advies is op vrijdag 9 april 2021 aangeboden aan de minister.