31 juli 2018
Testen van bloeddonaties op hepatitis E-virus

Jaarlijks zijn er naar schatting 133.000 nieuwe besmettingen met hepatitis E-virus. De belangrijkste bron van besmetting is consumptie van varkensvlees. Maar ook via bloedproducten kan het virus worden overgebracht. Voor gezonde mensen leidt het virus meestal niet tot ziekte. Mensen met een leveraandoening of een verzwakt immuunsysteem kunnen echter ernstig ziek worden. Juist mensen die bloedproducten ontvangen lopen risico op ernstiger klachten. Daarom is het volgens de Gezondheidsraad van belang donorbloed te blijven testen op hepatitis E-virus. Dit beleid kan heroverwogen worden als er effectieve maatregelen zijn om besmetting via de voedselketen terug te dringen.

samenvatting

Aanleiding en adviesvraag

Sinds juli 2017 test Stichting Sanquin Bloedvoorziening alle bloeddonaties op infectie met het hepatitis E-virus (HEV), omdat HEV bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem tot ernstige gezondheidsproblemen kan leiden. De toenmalige staatssecretaris van VWS heeft aan de Gezondheidsraad gevraagd te adviseren over de HEV-screening door Sanquin. Hij vraagt of het testen van bloeddonaties de meest (kosten)effectieve methode is om risicopatiënten tegen HEV-infectie te beschermen, of het veilig en doelmatig zou zijn slechts een deel van de kort houdbare bloedproducten op HEV te testen, en of er andere maatregelen zijn waarmee de veiligheid van risicopatiënten gewaarborgd kan worden. Ter beantwoording van de vragen is de Commissie Bloeddonaties en hepatitis E-virus ingesteld.

Hepatitis E-virus

Nederland behoort tot de Europese landen met het hoogste aantal HEV-besmettingen. Jaarlijks zijn er naar schatting 133.000 nieuwe besmettingen. Besmette varkens zijn de belangrijkste bron; overdracht vindt meestal plaats via besmette voedselproducten. Ook via bloedproducten (bloedtransfusie) kan HEV overgedragen worden. Een besmet bloedproduct veroorzaakt niet altijd een infectie bij de ontvanger; de kans hierop hangt onder meer af van de hoeveelheid virus in het bloedproduct.

Gevolgen van HEV-besmetting

HEV-besmetting leidt bij gezonde mensen zelden tot ziekte. Mensen met een normaal functionerend immuunsysteem kunnen een acute leverontsteking ontwikkelen, maar die geneest meestal spontaan binnen enkele weken. Bij patiënten met een bestaande leveraandoening kan een acute leverontsteking echter wel ernstige, en zelfs fatale, gevolgen hebben. Mensen met een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld transplantatiepatiënten en mensen met leukemie, kunnen chronisch besmet raken. Dit kan de lever ernstig en onherstelbaar aantasten. Een chronische HEV-infectie kan soms succesvol behandeld worden door medicatie die het immuunsysteem verzwakt (tijdelijk) te staken. Behandeling kan ook door toediening van antivirale medicatie (ribavirine). Deze is in het merendeel van de gevallen succesvol, maar niet altijd.

Maatregelen tegen HEV-besmetting

Een structurele aanpak van HEV vraagt om maatregelen in de voedselketen. Hoewel er voedingsadviezen voor risicopatiënten bestaan, is ook onder risicopatiënten de meerderheid van de besmettingen aan besmet voedsel te wijten. Dankzij effectieve maatregelen in de voedselketen zouden ook donoren minder vaak besmet raken, waardoor bloeddonaties dus minder vaak besmettelijk zouden zijn. Zolang (bewezen) effectieve maatregelen in de voedselketen ontbreken, kan het testen van bloeddonaties een deel van de besmettingen bij patiënten voorkomen. Zonder HEV-screening worden naar schatting jaarlijks 187 mensen via bloedtransfusie met HEV besmet; met HEV-screening daalt dit tot 13 mensen. Alternatieve veiligheidsmaatregelen om ontvangers van bloedproducten te beschermen zijn er op dit moment niet. Het testen van slechts een deel van de bloeddonaties leidt volgens buitenlandse ervaringen en een analyse van Sanquin tot grote logistieke en operationele problemen. Partieel testen lijkt daarom geen veilig en doelmatig alternatief voor het testen van alle bloeddonaties.

Kosteneffectiviteit

De kosteneffectiviteit van de screening op HEV is met onzekerheden omgeven. De kosteneffectiviteit voldoet hoogstwaarschijnlijk niet aan vaker gehanteerde referentiewaarden voor de kosten-effectiviteit van preventieve interventies (zoals € 20.000 of € 80.000 per gewonnen levensjaar in goede gezondheid). Een afwegingkader voor kosteneffectiviteit in de bloedvoorziening ontbreekt echter, en vergeleken met andere veiligheidsmaatregelen in de bloedvoorziening valt de HEV-screening niet uit de toon. HEV komt veel vaker voor dan andere ziekten waarop bloeddonaties worden gescreend. Van de 1,5 miljoen donaties die Sanquin in 2013-2014 testte, bleken er 9 met hiv besmet, 11 met hepatitis C-virus en 25 met hepatitis B-virus, maar zijn er naar schatting 1.920 met HEV besmet geweest.

Advies

De commissie adviseert voorlopig door te gaan met testen van alle bloeddonaties op HEV. Bloeddonoren zijn regelmatig besmet met het virus, en mensen die bloedproducten krijgen hebben vaak een verzwakt immuunsysteem, waardoor besmetting voor hen ernstige gevolgen kan hebben. Vergeleken met andere veiligheidsmaatregelen in de bloedvoorziening steekt de kosteneffectiviteit van HEV-screening niet ongunstig af. De commissie ziet geen reden om aan screening op HEV andere eisen rond kosteneffectiviteit te stellen dan aan andere bloedveiligheidsmaatregelen.
Wel adviseert de commissie een afwegingskader voor kosteneffectiviteit in de bloedvoorziening te ontwikkelen, waarmee de kosten van veiligheidsmaatregelen op een consequente manier meegewogen kunnen worden. Ook adviseert de commissie te onderzoeken welke maatregelen er in de voedselketen getroffen kunnen worden. Tot slot adviseert de commissie het belang van HEV-screening opnieuw te beoordelen wanneer meer onderzoek gedaan is naar de ontwikkeling van het aantal besmettingen onder bloeddonoren, naar de kans op besmetting bij lage hoeveelheden virusdeeltjes in bloedproducten, en naar de ziektelast en de behandelbaarheid van HEV bij diverse patiëntengroepen.