Nuttige bijeenkomst jongGR over beweegadvies jonge kinderen

Het onderzoeksveld is volop in ontwikkeling

Op 2 maart organiseerde jongGR een online bijeenkomst rond het advies waar de Commissie Beweegadvies 0-4 jarigen momenteel aan werkt. Achttien jonge wetenschappers uit de bewegingswetenschappen, kinderfysiotherapie, orthopedagogiek, epidemiologie en methodologie dachten hierover mee. Ze bespraken lopend onderzoek en discussieerden actief over wat nu de beste onderzoeksdesigns en meetmethoden bij dit onderwerp zijn.

Peuter in zandbak
©GR

Hoe kom je tot een beweegadvies voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar? Na een presentatie van vicevoorzitter prof. dr. Marianne Geleijnse over hoe de Gezondheidsraad werkt, gaan de jonge wetenschappers met het onderwerp aan de slag. Kerstin van der Mark-Reeuwijk, wetenschappelijk secretaris: “De deelnemers kregen de vragen van tevoren. Je kon merken dat ze zich goed hadden voorbereid.”

Toekomstig onderzoek

Om te beginnen wordt de stand van wetenschap gedeeld. Welke onderzoeken lopen er op dit moment naar het effect van lichamelijke activiteit en/of sedentair gedrag op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen tot en met vier jaar? In zowel Nederland als internationaal vindt onderzoek op dit terrein plaats, waarbij een aantal deelnemers actief betrokken is.
In kleinere groepjes bespreken de jonge wetenschappers daarna hun ideeën voor toekomstig onderzoek, en dan met name wat betreft onderzoeksdesigns, meetinstrumenten en uitkomstmaten die bruikbaar zijn voor het opstellen van beweegrichtlijnen. “De expertise van de deelnemers sloot goed aan op de vraag: van bewegingswetenschappen en kinderfysiotherapie tot en met epidemiologie en methodologie”, vertelt Shona Kalkman, wetenschappelijk secretaris. De deelnemers bespreken ook het belang van valide en betrouwbare meetinstrumenten voor onderzoek naar beweeggedrag bij 0-4-jarigen. Dat bracht een van hen op de vraag: wat is bewegen bij heel jonge kinderen eigenlijk?

Meetmethoden

Het onderzoeksveld is volop in ontwikkeling, constateren de deelnemers. Hoe breng je de beweging van 0- tot 4-jarigen in kaart? En hoe bestudeer je de relatie met gezondheidsuitkomsten op latere leeftijd? “Er is goed gediscussieerd over de meetmethoden”, aldus Emma Kasteel, op 1 maart gestart als wetenschappelijk secretaris. Een randomised controlled trial (RCT) is lastig bij deze groep, dus ben je waarschijnlijk aangewezen op observationele studies, zo concluderen de jonge wetenschappers. Bovendien kan een beïnvloedende factor zowel positief als negatief uitpakken.

Vertaalslag

Wat betreft het onderzoeksdesign gaat de voorkeur uit naar longitudinaal onderzoek, waarbij wordt gekeken naar beweeg- en zitgedrag op jonge leeftijd en de ontwikkeling en groei op de lange termijn. Ook natuurlijke experimenten worden genoemd als optie, zoals het onderzoeken van effecten van veranderingen in de leefomgeving op het beweeggedrag. Daarnaast merken deelnemers op dat het waardevol kan zijn om ouders te betrekken bij onderzoek, bijvoorbeeld door middel van co-creatie, participatief onderzoek of actieonderzoek. Tot slot is er aandacht voor wetenschappelijke evidentie. Er wordt opgemerkt dat er verschillende beweegrichtlijnen zijn voor jonge kinderen, zoals die van de WHO, waarvoor systematische reviews beschikbaar zijn. Tegelijkertijd loopt er ook nog veel onderzoek. In algemene zin vinden de deelnemers dat een advies gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke inzichten, waarbij in de vertaalslag rekening kan worden gehouden met de haalbaarheid in verschillende settings.
Eco de Geus, voorzitter van de Commissie Beweegadvies 0-4 jaar, is onder de indruk van alle informatie die de twee uur durende jongGR-bijeenkomst oplevert. Ook vicevoorzitter prof. dr. Marianne Geleijnse is tevreden met de opbrengst. De bevindingen worden gedeeld met de Commissie Beweegadvies 0-4 jarigen.