© Bram Saeys

Couveuse 2.0: kunstamnion en placenta

In Nederland worden elk jaar ongeveer 265 baby’s veel te vroeg geboren, na 24 tot 26 weken zwangerschap. Er wordt nu onderzoek gedaan naar een nieuwe technologie om deze extreem te vroeg geboren baby’s op te vangen, waarbij de situatie in de baarmoeder wordt nagebootst. Dit is de kunstamnion- en placentatechnologie (KAPT). Met dit signalement brengt het Centrum voor Ethiek en Gezondheid de nieuwe vraagstukken van de KAPT in kaart.

De ontwikkeling van de kunstamnion- en placentatechnologie (KAPT)

Hoe korter de zwangerschap duurt, hoe groter de kans is dat een kind vlak na de geboorte overlijdt of leeft met gezondheidsrisico’s. Om de risico’s op complicaties te verminderen, wordt momenteel onderzoek gedaan naar de kunstamnion- en placentatechnologie (KAPT). De KAPT bootst de situatie in de baarmoeder na. Hierdoor zou de overlevingskans van de veel te vroeg geboren baby toenemen en risico’s op ernstige beperkingen afnemen.

Reëlere verwachtingen

De KAPT is bij het grote publiek beter bekend als de kunstbaarmoeder. Het CEG stelt dat deze benaming irreële verwachtingen schept. De technologie neemt niet de complexe functie van de baarmoeder over, maar bootst enkel de omgeving na waarin de baby zich tijdens de zwangerschap bevindt. Daarmee is de KAPT een alternatief voor de eerste opvang van veel te vroeggeboren kinderen in de huidige couveuse. Een volledige ontwikkeling van een embryo naar een kind in de KAPT is in de nabije toekomst zeer onwaarschijnlijk.

Nieuwe technologie met nieuwe vraagstukken

Onderzoeken naar de effectiviteit en veiligheid voor het kunnen opvangen van een menselijke vroeggeboren baby in de KAPT worden momenteel uitgevoerd via dier- en simulatiemodellen. Ondanks dat deze resultaten veelbelovend zijn, signaleert het CEG nieuwe vraagstukken ten opzichte van de reguliere couveuse. Zo zijn de korte- en langetermijngevolgen voor de lichamelijke en cognitieve ontwikkeling van het kind onduidelijk. Net als de invloed van de onmogelijkheid van direct contact tussen ouders en kind in de KAPT op de emotionele hechting tussen hen. Het CEG vraagt ook om speciale aandacht voor de patiëntenselectie voor het eerste menselijk onderzoek. En voor de keuzes waarvoor ouders komen te staan wanneer de KAPT beschikbaar zou zijn voor de vroege opvang van hun kind.

Debat over maatschappelijke waarde en wenselijkheid

Tot nu toe is er geen onderzoek gedaan naar de wenselijkheid en waarde van de ontwikkelingen van en investeringen in deze technologie. Het CEG beveelt aan om hierover vóór doorontwikkeling met een brede kring betrokkenen een debat te beginnen. Een voorwaarde van dit debat is het scheppen van een realistisch beeld van de technologie en de mogelijkheden die het voorlopig biedt aan een kleine, specifieke groep. Het CEG benadrukt dat het niet enkel gaat om de veiligheid en effectiviteit van de KAPT, maar ook om de waarde die de maatschappij eraan toekent.

Het CEG is een samenwerkingsverband van de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Doel en werkwijze

Het CEG informeert ministers en beleidsmakers met dit signalement over de ethische en maatschappelijke vraagstukken die het onderzoek naar en de inzet van de KAPT met zich meebrengt. Ook geeft het een eerste aanzet voor een discussie onder onderzoekers, artsen, burgers, beleidsmakers en politici over de wenselijkheid en de mogelijke gevolgen van de toepassing van de KAPT voor het (toekomstige) kind, de ouders en de zorgverleners. Het signalement is opgesteld door de CEG-commissie. De commissie baseerde zich op een verkenning van de wetenschappelijke literatuur en raadpleegde experts onder andere op het terrein van de perinatale zorg.