Het ministerie van VWS heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over de inzet van clesrovimab in het immunisatieprogramma tegen RSV (respiratoir syncytieel virus). De vaste commissie Vaccinaties heeft zich over deze vraag gebogen.

Kinderen krijgen tijdens hun eerste levensjaar een monoklonaal antilichaam toegediend dat hen beschermt tegen lage luchtweginfecties veroorzaakt door RSV. Het middel dat hiervoor gebruikt wordt is nirsevimab. Recent is er ook een ander middel geregistreerd: clesrovimab.

De commissie is van oordeel dat clesrovimab, net als nirsevimab, ingezet kan worden binnen het immunisatieprogramma tegen RSV. Clesrovimab is werkzaam tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname als gevolg van een RSV-infectie bij pasgeborenen en zuigelingen en geeft nauwelijks bijwerkingen. De commissie kan op grond van de beschikbare gegevens over de werkzaamheid en veiligheid geen voorkeur uitspreken voor een van beide middelen.