Ethyleenglycol is een vloeistof die onder andere wordt gebruikt bij de productie van polyester, en als antivries- en koelvloeistof voor auto’s en vliegtuigen. Mensen kunnen tijdens het werken met ethyleenglycol aan de stof worden blootgesteld via inademing, of via huid-of oogcontact. De subcommissie Classificatie reproductietoxische stoffen van de Gezondheidsraad heeft op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) beoordeeld of ethyleenglycol schadelijke eigenschappen heeft die invloed kunnen hebben op de voortplanting. 

De commissie adviseert om ethyleenglycol te classificeren als stof die verondersteld wordt schadelijk te zijn voor de ontwikkeling van het ongeboren kind (gevarencategorie 1B en label H360). Voor effecten op de vruchtbaarheid en op of via borstvoeding adviseert de commissie om ethyleenglycol niet in te delen in een gevarencategorie, omdat daarvoor onvoldoende wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn. 

Op basis van het classificatievoorstel kan het ministerie van SZW besluiten om ethyleenglycol op te nemen in een lijst van schadelijke stoffen in de werkomgeving. In dat geval zijn werkgevers wettelijk verplicht om aanvullende maatregelen te nemen om werknemers te beschermen.

Lees meer over de betekenis van gevarencategorieën in classificatievoorstellen