Houtstof komt vrij bij de bewerking van hout, bijvoorbeeld bij zagen, schuren en frezen. In Nederland worden werkenden vooral blootgesteld aan houtstof in de bosbouw, de bouwsector en de houtverwerkende industrie. Beroepsmatige blootstelling aan houtstof wordt in verband gebracht met verschillende gezondheidseffecten. Er is vooral sterk bewijs voor het optreden van luchtwegirritaties en neuskanker.

De commissie Gezondheid en beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS) heeft samen met de Scandinavische Nordic Expert Group (NEG) risicogetallen berekend: advieswaarden die overeenkomen met vooraf bepaalde risiconiveaus. Een advieswaarde van 0,1 milligram inhaleerbare houtstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht komt overeen met het streefrisiconiveau. De advieswaarde die overeenkomt met het verbodsrisiconiveau is 2,9 mg/m3. Bij de berekening wordt ervan uitgegaan dat werknemers gedurende hun gehele werkende leven (40 jaar) aan deze concentratie worden blootgesteld. Het ministerie van SZW kan de advieswaarden gebruiken om – ter bescherming van werkenden – een wettelijke grenswaarde op te stellen voor beroepsmatige blootstelling aan houtstof.

De advieswaarden zijn afgeleid voor houtstof in het algemeen, dus zowel voor hardhoutstof als zachthoutstof. Op dit moment is alleen hardhoutstof geclassificeerd als kankerverwekkende stof, maar ook zachthoutstof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. 

Bij Adviseren over schadelijke stoffen is meer informatie te vinden over advieswaarden voor beroepsmatige blootstelling.