Prof. dr. Bart-Jan Kullberg nieuwe voorzitter Gezondheidsraad

Prof. dr. Bart-Jan Kullberg wordt per 1 januari 2020 de voorzitter van de Gezondheidsraad. De ministerraad heeft op vrijdag 6 december ingestemd met het voorstel van minister Hugo de Jonge van VWS om Kullberg voor te dragen voor benoeming tot voorzitter van de raad. De benoeming geldt voor een periode van vier jaar.

Prof. dr. Bart-Jan Kullberg nieuwe voorzitter Gezondheidsraad

Bart-Jan Kullberg (1957) is afkomstig van het Radboudumc, waar hij in 2003 werd benoemd tot hoogleraar Interne Geneeskunde en Infectieziekten. Hij is goed bekend met het werk van de Gezondheidsraad. Sinds 2011 was hij als commissielid betrokken bij meerdere adviezen en in 2015 trad hij toe tot de Beraadsgroep Gezondheidszorg.

We spreken met hem over de achtergrond en ervaring die hij meebrengt: “De Gezondheidsraad is een instituut om trots op te zijn en ik vind het eervol dat ik ook op deze plek mag bijdragen aan het vooruitbrengen van de volksgezondheid en gezondheidszorg in Nederland.”

Verbinden van partijen

“Als internist en hoogleraar infectieziekten bij het Radboudumc ben ik – naast het zuiver wetenschappelijke werk en de zorg voor patiënten – altijd gericht geweest op het verbeteren van mijn vakgebied en het vooruitbrengen van het veld. Bijvoorbeeld door het nemen van initiatieven voor goede behandelrichtlijnen gericht op antibioticabeleid, betere behandeling van infecties, en het verminderen van het resistentieprobleem. Om dat te bereiken hebben we als bestuur van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) alle beroepsgroepen bij elkaar gebracht en de wetenschappelijke bewijskracht op het gebied van infectiebehandeling en verstandig antibioticagebruik vertaald naar landelijk beleid. Door de jaren heen realiseerden we ons steeds sterker dat het geen zin heeft om alleen richtlijnen te maken en die vervolgens over de schutting te gooien bij de ziekenhuizen. Dat heeft geleid tot mijn initiatief om met de beroepsgroepen, ziekenhuizen, overheid, en inspectie (IGJ) een landelijk Antimicrobial Stewardship programma te ontwikkelen, waardoor nu in alle ziekenhuizen experts aanwezig zijn die dagelijks dokters kunnen bijsturen voor de beste en veiligste antibioticabehandeling. De kracht zit in het samenbrengen en verbinden van de verschillende belangen van alle betrokken groepen. Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe je samen dingen kunt bereiken op de grens van wetenschap en beleid.”

Participatie

“In mijn eerdere functies heb ik de grote waarde gezien van publieks- en patiëntenparticipatie. Dat zijn onderwerpen die mij na aan het hart liggen. In mijn nieuwe rol als voorzitter denk ik graag mee over hoe we dat binnen de Gezondheidsraad naar een hoger plan kunnen tillen. Publiek en patiënten zijn belangrijke groepen om te horen, maar net als commissieleden mogen zij geen belangenconflict hebben. Ook moet de onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling door de deskundigen geborgd zijn. De wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijkheid zijn de twee pijlers van het bestaansrecht en gezag van de Gezondheidsraad”.

Proefballonnetje

“Ik heb als commissielid bijgedragen aan drie adviezen van de Gezondheidsraad en ben nu al een aantal jaar lid van de Beraadsgroep Gezondheidszorg. Het laatste advies waar ik als commissielid bij betrokken was is Vaccinatie tegen HPV. Het heeft helaas wat langer geduurd voordat de commissie met de adviesvraag kon starten, maar eenmaal op gang was dit voor mij een voorbeeld van een commissie die efficiënt en constructief heeft gewerkt. Een onderdeel daarvan was een consultatie van patiënten- en publieksvertegenwoordigers. Ik ben altijd erg onder de indruk geweest van de kwaliteit van de secretarissen. Het zijn hoog opgeleide en deskundige professionals die enorm veel werk verzetten en dat op hoog niveau doen. Dat moet ook wel, want het secretariaat vormt een belangrijke pijler voor de kwaliteit van de adviezen.

Ik wil graag bijdragen aan de verdere ontwikkeling van deze mensen: hoe kunnen zij zich blijven ontplooien en professionaliseren? Al dat werk dat zij verzetten verdient het eigenlijk wel om te worden gedeeld met de wetenschappelijke buitenwereld. Niet alleen in de vorm van een advies, maar wellicht ook in een systematische review. Dat is een ‘proefballonnetje’ dat ik graag eens op zou laten.”

De lat ligt hoog

“Begin 2018 verscheen een evaluatierapport van een externe commissie waaruit bleek dat er aanpassingen nodig waren om de werkwijze van de Gezondheidsraad aan te passen aan de eisen van deze tijd. De vruchten van de veranderingen die toen in gang zijn gezet, kunnen nu worden geplukt. Ik zie het als een van mijn belangrijkste taken om bij te dragen aan het versterken van het aanpassingsvermogen en de innovatiekracht. Uiteraard met respect voor de belangrijkste waarden, de wetenschappelijke kwaliteit van de adviezen en de onafhankelijkheid van de raad. Juist op die thema’s – efficiency en wetenschappelijke integriteit – heb ik mij in mijn rol in de beraadsgroep ook al ingezet, lang voordat deze vacature er was. De adviezen van de Gezondheidsraad genieten groot gezag. Het is daarmee vanzelfsprekend dat de lat hoog ligt. De Gezondheidsraad moet zijn wetenschappelijk gezag elke dag opnieuw blijven verdienen.”

Verschillende gezichtspunten

“Een kracht van de Gezondheidsraad is de multidisciplinariteit van de commissies en beraadsgroepen. Die verschillende invalshoeken waarborgen de kwaliteit van de adviezen. Tijdens een bijeenkomst van de beraadsgroep afgelopen zomer, waarin we onze werkwijze onder de loep namen, kwam sterk naar voren hoe nuttig de leden het vinden om met zo’n diverse groep en vanuit verschillende disciplines en gezichtspunten naar een adviesonderwerp te kijken. En dat is ook precies waarom ik mijn lidmaatschap van de beraadsgroep al die jaren zo fantastisch heb ervaren.

Mijn functie als voorzitter van de Gezondheidsraad zal ik in deeltijd vervullen. Daarnaast blijf ik bij het Radboudumc doorgaan met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van infectieziekten en antibiotica en met het opleiden van nieuwe generaties specialisten. Het mooie is dat de vicevoorzitter Marianne Geleijnse en ik beide uit andere hoeken komen. Zij komt meer uit de preventieve hoek en ik heb mijn ervaring uit de curatieve zorg. Samen brengen we kennis en ervaring mee die het brede veld van de raad bestrijkt. De Gezondheidsraad is een instituut om trots op te zijn en ik vind het eervol dat ik ook op deze plek mag bijdragen aan het vooruitbrengen van de volksgezondheid en gezondheidszorg in Nederland.”