Sporten is goed voor de gezondheid. Tegelijkertijd lopen sporters ook risico op blessures, en soms ook op chronisch letsel. Voetballers, vechtsporters en rugbyers raken tijdens het sporten regelmatig met het hoofd de bal of een medespeler. Dit heeft niet altijd direct merkbare gevolgen, maar er zijn steeds meer zorgen dat herhaald hoofdcontact op de lange termijn zou kunnen leiden tot chronisch hersenletsel. Het ministerie van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd te adviseren over het verband tussen chronisch hersenletsel en herhaald hoofdcontact bij contactsport.
Op basis van het beschikbare onderzoek concludeert de Gezondheidsraad dat herhaald hoofdcontact tijdens het sporten een verhoogd risico geeft op dementie. De hoogte van dit risico hangt af van de mate van blootstelling aan herhaald hoofdcontact. De raad adviseert om blootstelling aan herhaald hoofdcontact bij contactsporters te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door spelregelwijzigingen als het vermijden van kopballen op hoge snelheid of door het gebruik van lichtere trainingsballen. Hierbij verdient het beperken van herhaald hoofdcontact bij kinderen extra aandacht, omdat zij kwetsbaarder zijn voor hersenletsel.
Aansluitend op onder andere de bevindingen van de Gezondheidsraad heeft de Nederlandse Sportraad in het advies Hoofdzaak concrete aanbevelingen uitgewerkt voor de overheid, sportorganisaties en sporters.
Vragen en antwoorden
Sporten is goed voor de gezondheid. Wel lopen sporters risico op blessures, en soms ook op blijvende schade. Bij contactsporten als voetbal, vechtsporten en rugby raken spelers regelmatig met hun hoofd de bal, of een tegenspeler. Dit heeft niet altijd direct merkbare gevolgen, maar kan op de lange termijn leiden tot chronisch hersenletsel. Uit onderzoek blijkt dat herhaald hoofdcontact tijdens het sporten een verhoogd risico geeft op dementie. De Gezondheidsraad adviseert om hoofdcontact tijdens contactsport te beperken. De Nederlandse Sportraad zal deze bevindingen uitwerken tot aanbevelingen voor beleid.
In 2003 concludeerde de Gezondheidsraad dat er aanwijzingen zijn dat veelvuldig koppen bij voetbal een rol kan spelen bij het ontstaan van chronisch hersenletsel. Hiervoor waren aanwijzingen in een beperkte hoeveelheid literatuur die vooral gericht was op de gevolgen van boksen. Inmiddels is er meer wetenschappelijk onderzoek beschikbaar. Het ministerie van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd opnieuw advies uit te brengen over de actuele stand van de wetenschap over de relatie tussen chronisch hersenletsel en (herhaalde) kopballen en hoofdcontact uit andere sporten.
Om gebruik te kunnen maken van elkaars expertise is de Gezondheidsraad een samenwerking aangegaan met de Nederlandse Sportraad (NLsportraad). Beide adviesraden hebben volgordelijk een advies opgesteld. De commissie Hersenletsel door sport van de Gezondheidsraad heeft de adviesvraag primair vanuit wetenschappelijk perspectief benaderd. Aansluitend op de conclusies en aanbevelingen van de Gezondheidsraad brengt de NLsportraad de huidige sportpraktijk en juridische en maatschappelijke context ten aanzien van het risico op hersenletsel door sport in kaart. Op basis van deze analyse geeft de NLsportraad verschillende handelingsperspectieven voor de sportsector.
De effecten op de hersenen van het oplopen van herhaalde klappen tegen het hoofd zijn niet volledig bekend. Verondersteld wordt dat een klap of stoot tegen het hoofd zorgt voor rek op de zenuwvezels (axonen) waarna een kettingreactie volgt met eventuele schadelijke effecten op de microstructuur van de hersenen op celniveau, met name wanneer dit herhaaldelijk optreedt. Hierbij zijn de hersenen in de herstelfase na trauma extra gevoelig voor nieuw traumatisch hersenletsel.
De commissie richt zich in het advies op de langetermijngevolgen van blootstelling aan herhaald hoofdcontact bij de meest beoefende contactsporten in Nederland waarbij hoofdcontact regelmatig voorkomt als onderdeel van het spel. Daarvan is voetbal verreweg de meest beoefende contactsport in Nederland, gevolgd door vechtsporten en rugby.
Acuut hersenletsel is direct merkbaar, zoals bijvoorbeeld een hersenschudding. Chronisch hersenletsel ontstaat op de lange termijn. Hierbij gaat het om aandoeningen als dementie, de ziekte van Parkinson en ALS.
Het advies gaat in op de totale blootstelling aan herhaald hoofdcontact op lange termijn. De beschikbare literatuur wijst uit dat het risico op chronisch hersenletsel toeneemt met het aantal momenten van hoofdcontact. Incidenteel een bal koppen zal het risico op chronisch hersenletsel niet vergroten. Wel zijn er aanwijzingen dat het eenmalig oplopen van traumatisch hersenletsel (letsel door een klap tegen het hoofd) met direct merkbare gevolgen, zoals een hersenschudding, de kans op het ontwikkelen van dementie verhoogt. Deze kans neemt aanzienlijk toe wanneer iemand meermaals traumatisch hersenletsel oploopt of veelvuldig is blootgesteld aan hoofdcontact zonder tekenen van een hersenschudding.
De Gezondheidsraad schat dat een professionele mannelijke voetballer tijdens zijn carrière gemiddeld ruim 8.000 keer een bal kopt (exclusief blootstelling aan koppen tijdens de jeugdopleiding). Het schaarse onderzoek naar hoofdcontact bij vechtsporten geeft een gemiddelde van 16 klappen tegen het hoofd per training. Voor rugby werd een schatting gedaan van gemiddeld 11 momenten van hoofdcontact per amateurrugbyspeler per wedstrijd.
De raad ziet voldoende aanleiding voor het nemen van maatregelen gericht op het beperken van de blootstelling aan herhaald hoofdcontact. De wetenschappelijke literatuur laat zien dat de frequentie en intensiteit van het hoofdcontact verlaagd kan worden door bijvoorbeeld spelregelwijzigingen en het gebruik van lichtere trainingsballen. De Nederlandse Sportraad werkt de aanbevelingen verder uit.
Over de gevolgen van herhaald hoofdcontact voor de hersengezondheid van amateursporters is minder bekend. De commissie heeft echter ook zorgen over de gevolgen voor amateursporters. Zij worden weliswaar in de regel minder vaak blootgesteld aan herhaald hoofdcontact dan mannelijke professionele sporters, maar ook onder amateurs werden verhoogde risico’s op dementie gevonden.
Groepen als vrouwen, kinderen en parasporters zijn ondervertegenwoordigd in het wetenschappelijk onderzoek. Wel is bekend dat vrouwen en kinderen onder andere door een verschil in lichaamsbouw kwetsbaarder zijn voor hersenletsel dan mannen. Over de risico’s voor parasporters op de lange termijn is nog weinig bekend. Wel worden zij relatief vaak blootgesteld aan hoofdcontact door een verhoogde kans op ongelukken tijdens het sporten. De Gezondheidsraad adviseert meer onderzoek te doen naar ondervertegenwoordigde groepen.
Kinderen zijn door hun lichaamsbouw kwetsbaarder voor hersenletsel dan volwassenen, en bovendien zijn hun hersenen volop in ontwikkeling. Daarom vindt de Gezondheidsraad dat het beperken van hoofdcontact bij sporten voor kinderen extra aandacht verdient. De Nederlandse Sportraad werkt dit verder uit.
In Schotland en Engeland gelden al maatregelen om het aantal kopballen in het voetbal te beperken. Ook in andere sporten, zoals American football, rugby en ijshockey zijn in de afgelopen jaren in verschillende landen maatregelen getroffen om de totale blootstelling te beperken. Zeker voor de intensieve sportbeoefenaar, met meer dan twee trainingen in de week, is het mogelijk om met maatregelen de totale blootstelling aan herhaald hoofdcontact drastisch te verlagen. Wat deze maatregelen voor effect hebben op de lange termijn, waaronder het risico op dementie, is echter nog onduidelijk.
