De Gezondheidsraad heeft op verzoek van de minister van VWS in kaart gebracht of en onder welke voorwaarden risicostratificatie op termijn kan worden ingezet binnen de bevolkingsonderzoeken naar kanker. 

De doelgroep voor de bevolkingsonderzoeken naar kanker wordt momenteel bepaald op basis van leeftijd en geslacht. Sommige mensen binnen de doelgroep hebben echter meer risico dan andere op de ziekte waarop gescreend wordt. Risicostratificatie houdt in dat verschillende screeningsstrategieën worden ingezet afhankelijk van het risico op de ziekte. De raad beschrijft waarvoor risicostratificatie gebruikt kan worden en aan welke wet- en regelgeving moet worden voldaan. Het advies is bedoeld als kader voor toekomstig onderzoek naar risicostratificatie, en voor eventuele implementatie door uitvoerende instanties.

De inzet van risicostratificatie kan leiden tot verbetering van verhouding tussen voor- en nadelen van de bevolkingsonderzoeken. Een belangrijke voorwaarde voor de inzet van risicostratificatie is volgens de raad dat de verhouding tussen voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek als geheel niet minder gunstig wordt dan die van het bestaande bevolkingsonderzoek. Risicostratificatie kan ook worden ingezet als er een gebrek aan screeningscapaciteit zou ontstaan, mits de verhouding tussen voordelen en nadelen gunstig blijft.

Om risicostratificatie in te kunnen zetten zijn wetenschappelijke gegevens nodig. Er lopen verschillende grote gerandomiseerde onderzoeken naar de effectiviteit van risicostratificatie binnen de bevolkingsonderzoeken, maar de resultaten hiervan zijn nog niet beschikbaar. Voor het schatten van het risico op de ziekte adviseert de raad om gegevens te gebruiken die al beschikbaar zijn uit de bevolkingsonderzoeken, zoals eerdere testuitslagen.

Een andere voorwaarde voor de inzet van risicostratificatie is dat persoonsgegevens uit verschillende databases aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Daarnaast is effectieve communicatie belangrijk om ervoor te zorgen dat de doelgroep een geïnformeerde keuze kan maken, en dat er voldoende draagvlak is onder de doelgroep en zorgprofessionals.