25 juli 2018
WBO: een stoppen-met-roken-strategie binnen het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

De afdeling Huisartsgeneeskunde van het AMC Amsterdam wil een onderzoek doen bij vrouwen die voor een uitstrijkje naar de huisartsenpraktijk komen in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Hiervoor krijgen alle vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker een vragenlijst voorgelegd. Vrouwen die roken krijgen het advies te stoppen en een aanbod voor stopondersteuning. Doel van het onderzoek is te bezien hoe effectief dit is. Ook wordt de koppeling van een dergelijke interventie aan een bestaand bevolkingsonderzoek geëvalueerd. De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad adviseert de staatssecretaris van VWS de vergunning voor het onderzoek te verlenen, onder een aantal voorwaarden.

Samenvatting

De afdeling Huisartsgeneeskunde van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam wil onderzoeken wat het effect is van een stoppen-met-roken-strategie bij vrouwen die de huisartspraktijk bezoeken voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Omdat dit onderzoek gekoppeld wordt aan een bestaand bevolkingsonderzoek, heeft de staatssecretaris van VWS het aangemerkt als vergunningplichtig onder de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad heeft de vergunningaanvraag getoetst en adviseert de staatssecretaris de vergunning te verlenen onder een aantal voorwaarden.

Vergunningaanvraag

In het voorgestelde onderzoek (SUCCESS-studie) krijgen vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker een vragenlijst voorgelegd. In de interventiegroep krijgen vrouwen die roken een aanbod van een stoppen-met-roken-strategie (advies en ondersteuning). Na zes maanden wordt gekeken in hoeverre deze vrouwen ook daadwerkelijk een poging tot stoppen hebben ondernomen (vergeleken met de controlegroep). Onderdeel van het onderzoek is een procesevaluatie, waarin onder meer wordt gekeken naar het effect van dit aanbod op de motivatie van vrouwen om te blijven deelnemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Toetsing aan eisen WBO

Nut-risicoverhouding

De commissie oordeelt dat het nut van het onderzoek opweegt tegen het risico. Het onderzoek kan ertoe leiden dat minder vrouwen roken. Daarnaast levert het onderzoek inzicht op over de effectiviteit van het aanbieden van een interventie die gekoppeld is aan bestaand bevolkingsonderzoek. De belasting voor de deelneemsters is beperkt en aan het onderzoek zijn geen risico’s verbonden.

Overeenstemming regels medisch handelen

De commissie concludeert dat de informatievoorziening voor de deelneemsters op een aantal punten aangepast moet worden, om te voldoen aan de regels voor medisch handelen.

Belang van de volksgezondheid

De commissie vindt het aannemelijk dat het voorgestelde onderzoek het bestaande bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker niet schaadt. Uit de procesevaluatie zal blijken of dit inderdaad het geval is.

Advies

De commissie adviseert de staatssecretaris de vergunning te verlenen onder de volgende voorwaarden.

  • De vraag of zij opnieuw zullen deelnemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker wordt niet alleen aan de rokende vrouwen voorgelegd, maar aan alle vrouwen uit het onderzoek.
  • De informatievoorziening wordt aangepast. Dit betreft onder meer toevoegen van informatie over de cotininetest voor vrouwen die na zes maanden aangeven te zijn gestopt met roken en over kosten van deelname aan een stoppen-met-rokenprogramma (dit komt ten laste van het eigen risico van de zorg-verzekering). Verder wordt het onderzoek gepresenteerd als een onderzoek naar leefstijl (in plaats van gezondheid). Tot slot moeten alle deelneemsters (niet alleen de rokende deelneemsters) achteraf geïnformeerd worden over het onderzoek waaraan zij hebben deelgenomen.