11 april 2017
Vitamine K bij zuigelingen

Alle zuigelingen krijgen vitamine K toegediend na de geboorte. Dat is nodig, omdat een tekort aan deze vitamine kan leiden tot bloedingen, die ernstige, soms levenslange, gevolgen kunnen hebben. Toediening gebeurt nu oraal. De Gezondheidsraad adviseert de minister van VWS om zuigelingen die borstvoeding gaan krijgen voortaan de vitamine K toe te dienen via een intramusculaire injectie. Daarmee zijn ze beter beschermd tegen het optreden van bloedingen.

samenvatting

Alle zuigelingen krijgen na de geboorte vitamine K toegediend. Een tekort aan deze vitamine kan namelijk leiden tot bloedingen die, vooral als ze in de hersenen plaatsvinden, levenslange invaliditeit tot gevolg kunnen hebben. De manier waarop zuigelingen vitamine K wordt toegediend, verschilt per land. In Nederland krijgen alle zuigelingen direct na de geboorte vitamine K in orale vorm. Voor zuigelingen die flesvoeding krijgen volstaat deze dosis, omdat zij tegen later optredende bloedingen voldoende beschermd zijn door de vitamine K die in dit type voeding zit. Bij borstgevoede zuigelingen is dit niet het geval, daarom krijgen zij vervolgdoses orale vitamine K. In 2011 zijn deze vervolgdoses verhoogd, omdat in Nederland, vergeleken met het buitenland, meer bloedingen voorkwamen voornamelijk bij borstgevoede zuigelingen met een verstoorde vetopname. Zij nemen vitamine K minder goed op en hebben dus een grotere kans dat een tekort ontstaat dat kan leiden tot een bloeding. Daarom vormen zij een risicogroep. Uit recente gegevens blijkt dat de verhoging van de doses niet heeft geleid tot een daling van het aantal bloedingen bij deze risicogroep. Daarom heeft de Commissie Voeding van de Gezondheidsraad de stand van wetenschap over vitamine K opnieuw op een rij gezet en komt zij vervolgens met een nieuw advies.

Het onderzoek naar het optimale regime van vitamine K-toediening kent enkele beperkingen. Er zijn namelijk geen studies die het effect van verschillende toedieningswijzen van vitamine K op het voorkomen van bloedingen rechtstreeks vergelijken. Daarom is de commissie afgegaan op surveillancegegevens over de effectiviteit van diverse buitenlandse regimes. Daaruit komt naar voren dat eenmalige intramusculaire toediening van vitamine K betere bescherming biedt dan het huidige Nederlandse beleid, ook aan zuigelingen in de risicogroep.

Er is ook een bestaand oraal regime dat over het algemeen betere bescherming lijkt te bieden dan het huidige Nederlandse beleid, het gaat om het regime uit onder meer Duitsland en Zwitserland. Onduidelijk is echter of dit regime ook beter werkt in de risicogroep. Nadeel van orale toediening is bovendien dat therapietrouw een belangrijke rol speelt en dat bijvoorbeeld diarree de opname van de vitamine kan verminderen.
Omdat bij de geboorte niet te voorspellen is welke zuigelingen tot de risicogroep behoren, adviseert de commissie het beleid voor alle borstgevoede zuigelingen aan te passen. Zij adviseert over te gaan op eenmalige intramusculaire toediening van één milligram vitamine K vlak na de geboorte. Belangrijke overweging daarbij is dat van deze vorm van toediening bekend is dat hij ook goed werkt bij zuigelingen uit de risicogroep.

Daarnaast adviseert de commissie om een oraal alternatief te bieden aan ouders die hun kind niet willen laten injecteren. Dit zou moeten bestaan uit drie maal twee milligram vitamine K (bij de geboorte, na 4 tot 6 dagen en 4 tot 6 weken) bij borstgevoede zuigelingen.
Voor zuigelingen die vanaf de geboorte flesvoeding krijgen kan de vitamine K-toediening blijven zoals die nu is (één milligram oraal vlak na de geboorte).

De commissie verwacht dat met het geadviseerde nieuwe regime twee tot vijf gevallen van late vitamine K-bloedingen per jaar voorkomen kunnen worden ten opzichte van het huidige toedieningsbeleid. Gezondheidsprofessionals die rond de geboorte betrokken zijn bij de zorg, kunnen de vitamine K via beide routes toedienen. De commissie beveelt aan het belang en de mogelijkheden van vitamine K-toediening tijdens de zwangerschap te bespreken. Tot slot acht zij goede voorlichting, zowel aan ouders als aan professionals van belang.