Downloads

Volledige publicatie
(PDF, 150.07 KB)

Status

Gepubliceerd, 7 maart 2000

Blootstelling aan elektromagnetische velden (0 Hz - 10 Mhz)

Extreem laagfrequente elektromagnetische velden kunnen invloed hebben op het menselijk lichaam. In 1992 heeft de Gezondheidsraad daarom een advies uitgebracht met voorstellen om blootstelling aan dergelijke velden te beperken. De voorgestelde blootstellingslimieten hadden alleen betrekking op de met de elektriciteitsvoorziening samenhangende 50 Hz velden en waren gebaseerd op kortetermijneffecten. Voor het bestaan van langetermijneffecten, met name het opwekken van bepaalde vormen van kanker, waren er volgens het toenmalige advies onvoldoende wetenschappelijke aanwijzingen. Geregeld terugkerende discussies in de maatschappij en voortschrijdend wetenschappelijk inzicht maken thans een herziening van het advies uit 1992 gewenst.

In het voorliggende advies toetst een commissie van de Gezondheidsraad de nu beschikbare wetenschappelijke gegevens aan een aantal criteria. Indien, afhankelijk van het type onderzoek, aan een of meer van deze criteria niet is voldaan, zijn de betreffende gegevens niet in de verdere analyse betrokken. Dit geldt voor zowel de gegevens over kortetermijn- als die over langetermijneffecten. De commissie kan, met de beschikbare gegevens en ingevolge bovenstaand uitgangspunt, haar aanbevelingen voor blootstellingslimieten uitsluitend op kortetermijneffecten baseren.

Kortetermijneffecten

De commissie maakt een onderscheid tussen beroepsmatig blootgestelden en de algemene bevolking. Voor de eerstgenoemde groep zijn de blootstellingslimieten hoger dan die voor de algemene bevolking. Dit vloeit voort uit het hanteren van veiligheidsfactoren ten opzichte van de blootstellingsniveaus waarboven gezondheidsschade zou kunnen ontstaan. Die veiligheidsfactoren zijn voor de algemene bevolking vijfmaal groter dan voor beroepsmatig blootgestelden. De commissie rekent echter niet iedereen die in het kader van zijn werkzaamheden blootgesteld kan worden tot laatstgenoemde categorie. Alleen op werknemers die bekend zijn met de risico’s en met maatregelen om die te beperken, zijn de hogere blootstellingsniveaus van toepassing.

De eigenlijke blootstellingslimieten worden ’basisbeperkingen’ genoemd. Basisbeperkingen zijn maximale waarden voor elektromagnetische fenomenen die in het lichaam voor de gezondheid negatieve effecten teweeg kunnen brengen. Welk fenomeen dit is, hangt af van de frequentie van het elektromagnetische veld. Voor statische velden gaat het om de sterkte van het elektrische of magnetische veld. Er is overigens geen scherpe grens tussen statische en wisselvelden. De commissie kiest hiervoor de frequentie 1 Hz. Voor wisselvelden met frequenties tot circa 10 MHz is de in het lichaam geïnduceerde stroomdichtheid van belang.
Bij frequenties vanaf circa 100 kHz speelt de omzetting van elektromagnetische energie in warmte de belangrijkste rol (tussen 100 kHz en 10 MHz zijn zowel de stroomdichtheid als de warmteopname van belang). Dit advies betreft voornamelijk frequenties waarvoor de basisbeperkingen worden uitgedrukt in de stroomdichtheid. Bij het vaststellen van de basisbeperkingen neemt de commissie bepaalde veiligheidsmarges in acht, onder meer vanwege onzekerheden en onvolledigheden in de wetenschappelijke kennis en een mogelijk grotere gevoeligheid van bepaalde bevolkingsgroepen, zoals zieken, ouderen en jonge kinderen.
Omdat de stroomdichtheid in het lichaam in de praktijk niet te meten is, heeft de commissie uitgaande van de basisbeperkingen waarden berekend voor grootheden die wel eenvoudig te meten zijn: de sterkte van het ongestoorde elektrische en magnetische veld ter plaatse van de blootstelling. Deze afgeleide waarden noemt zij ’referentieniveaus’. Zij zijn te beschouwen als hulpmiddel bij het vaststellen of aan de basisbeperkingen wordt voldaan. Indien de veldsterktes niet hoger zijn dan deze referentieniveaus, worden de basisbeperkingen niet overschreden. Zijn de veldsterktes wel hoger dan de referentieniveaus, dan dient onderzocht te worden of de basisbeperkingen overschreden worden. Overigens zijn, mede vanwege de toegepaste veiligheidsmarges, de basisbeperkingen (en daarmee ook de referentieniveaus) niet te beschouwen als een scherpe grens tussen hoge, potentieel gevaarlijke en lage, intrinsiek ongevaarlijke veldsterktes. Zij geven veeleer aan dat, wanneer zij niet worden overschreden, de kans op gezondheidsschade verwaarloosbaar klein is, terwijl bij overschrijding nader onderzoek dient plaats te vinden of de blootstellingssituatie gezondheidsproblemen kan opleveren.

De invloed van een in het lichaam geïnduceerde elektrische stroom is te beschouwen als een direct effect van de wisselwerking tussen het elektrisch en magnetisch veld en het lichaam. De commissie heeft bij het opstellen van de blootstellingslimieten ook rekening gehouden met het mogelijk optreden van indirecte effecten. Deze kunnen zich voordoen wanneer ten gevolge van blootstelling aan een elektrisch veld een potentiaalverschil ontstaat tussen een organisme en een (groot) object. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een dergelijk object niet geaard is. Bij aanraking door een organisme dat wel contact met de aarde heeft, zal er een ontladingsstroom lopen. Bij hoge potentiaalverschillen zijn zelfs vonkontladingen mogelijk.

De commissie geeft geen blootstellingslimieten voor statische elektrische velden. Zelfs bij zeer hoge veldsterktes zijn geen negatieve effecten op de gezondheid gevonden. Voor statische magnetische velden is geen concreet biologisch effect aan te geven waarop limitering van blootstelling gebaseerd kan worden. De commissie stelt als maximum bij kortdurende pieken in de blootstelling een magnetische veldsterkte voor, waarboven biologische effecten zijn aangetoond, evenals hinderlijke effecten (zoals misselijkheid en duizeligheid) bij mensen die zich in het veld bewegen. Bij blootstelling van alleen ledematen is een hogere maximale veldsterkte toelaatbaar. Voor continue blootstelling hanteert de commissie veiligheidsfactoren, vanwege de relatief schaarse en deels tegenstrijdige wetenschappelijke gegevens.

Commissie

EMV

Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald

Gezondheidsraad. Blootstelling aan elektromagnetische velden (0 Hz - 10 Mhz). Den Haag: Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr 2000/06. ISBN 90-5549-309-0