26 juni 2018
Gezondheid en langer doorwerken

Op hogere leeftijd neemt de kans op gezondheidsproblemen toe. Langer doorwerken kan dan lastig zijn. Met maatregelen als sporten op het werk of workshops voor loopbaanontwikkeling kunnen mensen ondersteund worden bij het langer doorwerken. De Gezondheidsraad adviseert in te zetten op dergelijke maatregelen. Dat vraagt wel om maatwerk. De gezondheidstoestand van ouderen is namelijk heel divers. Mensen krijgen vaker te maken met verschillende aandoeningen tegelijk naarmate ze ouder worden en er zijn verschillen in gezondheid tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. De Gezondheidsraad adviseert om te onderzoeken of flexibele vormen van pensionering beter aansluiten bij de diversiteit in gezondheid bij oudere werkenden.

Samenvatting

Omdat mensen steeds ouder worden is overheidsbeleid de afgelopen jaren in toenemende mate gericht op langer doorwerken. Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft de hiertoe ingestelde commissie advies over wat vanuit gezondheidsperspectief nodig is voor langer doorwerken. Hoe beïnvloeden gezondheid en langer doorwerken elkaar en welke rol speelt opleidingsniveau daarbij? Wat zijn de potentiële randvoorwaarden en mogelijke maatregelen die de inzetbaarheid van oudere werkenden ondersteunen?

Omdat het opschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd pas recent in gang is gezet, is er nog nagenoeg geen onderzoek naar daadwerkelijk langer doorwerken. Daarom baseert de commissie zich op indicatoren van verminderde inzetbaarheid zoals een verhoogde herstel-behoefte of meer ziekteverzuim.

Gezondheid en langer kunnen doorwerken

Gezondheid op hogere leeftijd

De kans op gezondheidsproblemen neemt toe met de leeftijd. Dat betreft niet alleen ziekten, maar ook slecht ervaren gezondheid, en beperkingen in fysiek functioneren of in cognitief functioneren. Ook neemt bij oudere mensen de kans toe dat ze met meerdere aandoeningen tegelijk te maken krijgen. De diversiteit in gezondheid is groot bij deze groep mensen.

Mensen tussen de 45 en de 75 jaar zijn op dit moment niet veel gezonder dan dezelfde leeftijdsgroep twee decennia geleden. Op basis van de voorspelde toekomstige ontwikkelingen in gezondheid verwacht de commissie daar de komende 10 tot 20 jaar weinig verandering in.

Gezondheid in relatie tot langer doorwerken

Een slechte gezondheid verlaagt de inzetbaarheid van werkenden. Bij een deel van de 55 tot 65-jarigen die uitvallen voor pensioengerechtigde leeftijd, speelt gezondheid een belangrijke rol. Voor een groot deel gaat dat om mensen die arbeidsongeschikt raken door gezondheids-problemen, maar deels ook om mensen die uitvallen door werkloosheid. Naar schatting speelt bij 16 tot 27% van de uitval door werkloosheid bij mensen tussen de 55 en 65 jaar slechte gezondheid een belangrijke rol. Mensen die op hogere leeftijd werkloos raken, hebben een kleine kans om weer aan het werk te komen, zeker als ze gezondheidsproblemen hebben.

Langer doorwerken in relatie tot gezondheid

Gezondheid heeft niet alleen een effect op al dan niet langer door kunnen werken, maar ook omgekeerd kan er een verband zijn. Wat precies de effecten zijn van langer doorwerken op de gezondheid is echter niet met zekerheid te zeggen. Werken lijkt goed voor de mentale gezondheid in de werkzame leeftijd, maar rond de pensioengerechtigde leeftijd lijkt juist stoppen met werken gunstiger voor de mentale gezondheid.

Andere randvoorwaarden voor langer kunnen doorwerken

Naast gezondheid zijn er ook andere potentiële randvoorwaarden voor langer doorwerken. Financiële prikkels lijken een centrale rol te spelen in langer doorwerken. Ook van belang zijn individuele factoren, zoals gezonde leefstijl en motivatie om te werken, en organisatiefactoren, zoals goede arbeidsomstandigheden en voldoende regelmogelijkheden op het werk. Deze factoren kunnen aanknopingspunten bieden voor ondersteunende maatregelen.

Maatregelen gericht op inzetbaarheid van oudere werkenden

De ondersteunende maatregelen die nu al worden ingezet op individueel niveau en op organisatieniveau – zoals sporten op het werk of een workshop loopbaanontwikkeling – lijken alles overziend kleine gunstige effecten te hebben op de inzetbaarheid van oudere werkenden. Het is echter niet aangetoond welke maatregelen voor wie op welk moment in het arbeidsleven effectief zijn. Ook kan uit onderzoek niet worden opgemaakt in welke werk-
situaties maatregelen vooral effectief zijn.

Laagopgeleiden: een groep die speciale aandacht vraagt

De commissie ziet laagopgeleide oudere werkenden als een groep die speciale aandacht vraagt als het gaat om langer doorwerken. Laagopgeleide ouderen hebben over het algemeen meer gezondheidsproblemen dan hoger opgeleide ouderen en ze werken vaker onder minder gunstige arbeidsomstandigheden en doen dat vanaf jongere leeftijd. Ze doen bijvoorbeeld vaker fysiek belastend werk en hebben over het algemeen minder regelmogelijkheden op het werk. Problemen met inzetbaarheid zijn echter niet voorbehouden aan laagopgeleiden.

Advies

Omdat langer doorwerken niet voor iedereen vanzelfsprekend is, ziet de commissie een rol weggelegd voor werkenden, werkgevers en de overheid. De commissie adviseert enerzijds om in te zetten op maatregelen om werkenden te ondersteunen in langer doorwerken. Tot dusver blijken de gunstige effecten van dat soort maatregelen weliswaar klein, maar de commissie ziet ruimte voor het ontwikkelen van effectievere maatregelen in combinatie met een goede implementatie. Het hebben van regelmogelijkheden op het werk is volgens de commissie een kansrijk aanknopingspunt, evenals personeelsbeleid gericht op duurzame inzetbaarheid vanaf het begin van de loopbaan.

Anderzijds adviseert de commissie om te onderzoeken of flexibele vormen van pensionering beter passen bij de grote diversiteit in gezondheid op hogere leeftijd en bij de grote gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. Hierbij kan specifiek worden onderzocht of met flexibele vormen van pensionering gezondheidsgerelateerde uitval naar werkloosheid kan worden voorkomen.