Op verzoek van de minister van SZW beoordeelt de Gezondheidsraad de effecten op de voortplanting van stoffen. De raad doet dit sinds 1998 en baseert zich op de laatste stand van wetenschap. Voor het oordeel over een stof gebruikt de raad een classificatiesysteem dat is gebaseerd op EU Richtlijn 1272/2008:

Categorie 1A Stof waarvan bekend is dat zij toxisch is voor de menselijke voortplanting.
Categorie 1B Stof waarvan verondersteld wordt dat zij toxisch is voor de menselijke voortplanting.
Categorie 2

Stof die ervan berdacht wordt dat zij toxisch zijn voor de menselijke voortplanting.

De categorieën geven aan hoe groot de bewijskracht is voor effecten op de voortplanting. Daarbij worden effecten op de vruchtbaarheid (fertiliteit) en effecten op de ontwikkeling van het ongeboren kind apart beoordeeld. Ook geeft de raad via de standaardzin ‘kan schadelijk zijn via de borstvoeding’ aan of sprake is van effecten op de lactatie. Een aanbeveling voor een classificatie vormt voor SZW de basis om de betreffende stof op te nemen in de ‘Niet-limitatieve lijst van voor de voortplanting giftige stoffen’.

Soms komen stoffen niet op de lijst voor, maar zijn ze wel door de Gezondheidsraad beoordeeld. Voor een volledig overzicht van de door de raad beoordeelde stoffen is onderstaande lijst opgesteld. Deze lijst wordt regelmatig geactualiseerd.