Juul van RijnInterview met Juul van Rijn, woordvoerder van Kenniscentrum Sport

Eind augustus presenteerde de Gezondheidsraad Beweegrichtlijnen 2017. Uit een grondige analyse van alle onderzoek naar gezondheid en bewegen blijkt dat bewegen wetenschappelijk bewezen goed is voor de gezondheid. En: hoe meer je beweegt, des te beter. Volgens de cijfers van het RIVM beweegt echter lang niet iedereen genoeg. Het is nu aan het Kenniscentrum Sport, om de minister van VWS te adviseren over de implementatie van de beweegrichtlijnen. Juul van Rijn vertelt hoe ver ze zijn.

Biedt het advies u goede aanknopingspunten om Nederland meer in beweging te brengen?

We zijn heel blij met de nieuwe richtlijnen. Wij krijgen jaar in jaar uit veel vragen van professionals en publiek: hoeveel moet iemand bewegen, en welke beweging is goed? Met deze nieuwe beweegrichtlijnen kunnen we weer de meest up-to-date informatie geven. Daarnaast werken wij aan plannen voor hoe je mensen kunt stimuleren die ons niet zelf bellen of mailen met vragen. Er is een nota voor minister Bruins in voorbereiding. Dat doet een ambtenaar van VWS in nauw overleg met ons. In de nota lichten we toe welke vertaalslag van de beweegrichtlijnen wij voorstaan en komen we met een voorstel voor de communicatie hierover.

Hoe vertaalt u de beweegrichtlijnen?

Vrij vertaald bevat het advies vier boodschappen. Volwassenen zouden minstens een half uur per dag moeten bewegen, jongeren een uur. Voor volwassenen zou de beweging twee maal per week spier- en botversterkend moeten zijn, voor jongeren drie maal per week. Ouderen hebben daarnaast ook balansoefeningen nodig. En voor iedereen: voorkom dat je teveel stil zit.

Wat doet u met die vier boodschappen?

BewegingsdriehoekVier boodschappen is eigenlijk te veel, vanuit communicatie oogpunt. We denken er nu over wat de hoofdboodschap zou moeten zijn. We brengen die hoofdboodschap het liefst voor het voetlicht aan de hand van één beeld, een visual. Vergelijk het bijvoorbeeld met de Schijf van Vijf voor voeding. Het moet zo’n soort plaatje zijn dat voor iedere Nederlander gelijk begrijpelijk is. We zijn onder de indruk van de Bewegingsdriehoek zoals ze die in België hebben.
Daarnaast willen we bekendmaken dat die eenvoudige hoofdboodschap eigenlijk uit vier delen bestaat. We doen dat via de website van Kenniscentrum Sport en het platform Alles over sport. Ook gaan we die boodschap verspreiden via ons netwerk van professionals zoals gemeenten, sportaanbieders, onderwijs, organisaties in welzijn, en bijvoorbeeld zorg.

Op wat voor manier wilt u mensen gaan stimuleren?

Het is belangrijk van te voren te bepalen wat je wilt bereiken.  Als we ons tot doel stellen dat mensen weten wat de beweegrichtlijnen inhouden, dan richten we ons op kennisoverdracht. Maar als we willen dat zij het écht in de praktijk gaan brengen, elke dag, dan moeten we ons richten op een positieve intentie van de mensen, en moeten we tegelijkertijd weten dat de gelegenheid om te gaan sporten en bewegen er ook is.  Dat vraagt om een andersoortige campagne en communicatie.
Als je wilt dat alle Nederlanders aan de beweegrichtlijnen gaan voldoen dan moet je heel wat uit de kast trekken, dat red je niet met één spotje. Bij een geslaagde campagne komen mensen op allerlei manieren met je boodschap in aanraking: via billboards en bladen, door radio- en televisiemomenten, bij de huisarts en de fysiotherapeut. Evenementen doen het ook goed. Denk bijvoorbeeld aan de Koningsspelen voor kinderen, een gezondheidsdag, een wandeltocht, een dansmarathon...
Vergelijk het met de campagne tegen het roken: mensen stoppen niet van de ene dag op de andere. Heel langzaam is de sociale norm veranderd met veelzijdige inspanningen:  massamediacampagnes in combinatie met een netwerk aan gezondheidsprofessionals dat deze boodschap ondersteunt en klanten informeert en ondersteunt. Zo’n meerjarenprogramma als dat tegen het roken kunnen we nu niet voeren. Daarvoor zijn we in gesprek met de mensen van VWS.

Wat doet u met de grote verschillen tussen sportievelingen en stilzitters?

De beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad zijn een minimum advies, bedoeld om mensen aan te moedigen om in beweging te komen. Maar voor iedereen geldt: ‘bewegen is goed, meer bewegen is beter’.  We willen de minister adviseren om, naast verspreiding van de hoofdboodschap, ook op basis van een analyse van groepen in de samenleving doelen te formuleren voor specifieke segmenten. Naast mensen die enthousiast sporten zijn er ook die nauwelijks aan bewegen toekomen. Voor verschillende doelgroepen zijn aparte aanpakken nodig.

Hoe kunt u beweging aantrekkelijker maken voor mensen die nu weinig doen?

Een positieve boodschap werkt vaak beter dan een negatieve. Je kunt laten zien dat je niet per se naar een sportclub hoeft om toch gezond te bewegen. De beweegrichtlijnen wijzen op het belang van matig intensieve beweging voor het opbouwen van conditie. Wat dat is, kun je makkelijk bij jezelf aflezen. Je krijgt het een beetje warmer, gaat iets sneller ademen. Het is het verschil tussen slenteren en stevig doorwandelen. Als je naar de supermarkt wandelt en met je boodschappen terugloopt is dat matig intensieve beweging waarbij je ook nog eens de spieren traint. Neem vaker de trap in plaats van de lift. Ga in de pauze op het werk niet in de kantine zitten maar wandel een blokje met je collega’s. Als je beweging inbouwt in je dagelijkse patroon dan kost dat weinig extra moeite.