Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Het medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid behoeft verbetering, in het belang van zowel de patiënt/werknemer als de samenleving. Onder dat motto vond op maandagmiddag 4 juni 2007 in Den Haag een symposium plaats naar aanleiding van een reeks adviezen die de Gezondheidsraad uitbracht in het kader van de invoering van de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Tijdens het symposium gaven organisaties van medische en paramedische beroepsgroepen, patiënten en wetenschappers, de ministeries van SZW en VWS en de voorzitters van SER, UWV en Gezondheidsraad hun visie op de uitgebrachte adviezen en wat er in de praktijk mee gedaan zou kunnen en moeten worden.

Er zijn goede mogelijkheden om het medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te verbeteren. Werknemers met gezondheidsproblemen moeten geen professionele adviezen meer krijgen die onderling tegenstrijdig zijn. Overkoepelende multidisciplinaire richtlijnen – ‘3B-richtlijnen’, richtlijnen voor beoordelen, behandelen en begeleiden – kunnen daarbij behulpzaam zijn. Bij het opstellen ervan moet gebruikgemaakt worden van de ervaringskennis van patiënten en cliënten. En er is grote behoefte aan wetenschappelijk onderzoek om in die richtlijnen aanbevelingen te kunnen formuleren die ook bewezen effectief zijn.
Over dit alles waren de deelnemers aan het symposium het in essentie eens. De verzekeringsgeneeskundige beroepsverenigingen en het UWV toonden zich bovendien ingenomen met de ontwikkeling van verzekeringsgeneeskundige protocollen en met het voorstel om over te gaan tot de opbouw verzekeringsgeneeskundige mediprudentie, ter bevordering van de consensus over wat in concrete, individuele gevallen een juiste verzekeringsgeneeskundige beoordeling is. Er was brede steun voor de vaststelling dat nieuwe initiatieven als de ontwikkeling van verzekeringsgeneeskundige protocollen, mediprudentie en 3B-richtlijnen in begeleidend onderzoek geëvalueerd zouden moeten worden.

Uit de discussie kwamen vooral twee thema’s naar voren. Ten eerste het belang van een stabiele kennisinfrastructuur, die aandacht voor arbeid, in onderzoek, richtlijnontwikkeling en praktijk, duurzaam kan garanderen. Ten tweede het thema van de spanning tussen de verwevenheid van beoordeling, behandeling en begeleiding enerzijds en de aloude ‘scheiding van controle en behandeling’ anderzijds. Het symposium maakte duidelijk dat de kwaliteit van het medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid erbij gebaat zou zijn indien op deze beide punten vooruitgang kan worden geboekt.