Bij sociaal werk lijkt het of iedereen dat kan… niet dus

Dr. Marcel Spierts promoveerde in 2014 op De stille krachten van de verzorgingsstaat, een historische beschouwing over de sociaal-culturele beroepen na de Tweede Wereldoorlog. Het boek werd een belangrijke bron voor de commissie van de Gezondheidsraad die het advies Sociaal werk op solide basis opstelde.

Sociaal werkDe regering wil meer verantwoordelijkheden aan burgers overlaten. Wat betekent dat voor de professionals in het sociaal werk?

Een veelvoorkomend misverstand is dat de verzorgingsstaat mensen alleen maar afhankelijk zou maken en dat het beter gaat wanneer ze zelf verantwoordelijker worden. Maar je ziet juist dat in landen die een sterk ontwikkelde verzorgingsstaat hebben het aandeel vrijwilligers het hoogst is. Daarin spelen sociaal werkers een cruciale rol. Ook bij de huidige decentralisaties zie je dat burgers actiever moeten worden en dat we met minder professionals toe moeten kunnen. Maar tegelijkertijd heb je weer professionals nodig om burgers meer verantwoordelijkheid te laten dragen. Die gaan dat niet uit zichzelf doen. En ze hebben ook een structuur en klimaat nodig waarin ze die taken op een goede manier kunnen uitvoeren. Vaak is er bijscholing van vrijwilligers nodig.

In een interview met Trouw zei u: ‘Zonder welzijnswerker gaat het mis in de participatiemaatschappij.’ Welk doemscenario ziet u?

Ik geloof niet in droombeelden zoals het kabinet die voorspiegelt: over een wereld waarin familie en vrienden vanzelf voor elkaar zorgen. Maar doemscenario’s, daar houd ik ook niet van. Al is het natuurlijk wel zo dat op het moment dat er geen mensen zijn die het lot van kwetsbaren op zich nemen, de zwakkeren aan hun lot worden overgelaten. Onderzoek laat steeds zien: als je wilt dat mensen voor elkaar opkomen en voor elkaar zorgen dan vraagt dat een sociale infrastructuur. En daarin spelen professionals een belangrijke rol.

Geef eens een voorbeeld van de goede invloed van sociaal werk?

Ik doe nu zelf onderzoek in de Diamantbuurt in Amsterdam. Tien jaar geleden kwam die wijk heel negatief in het nieuws vanwege de Marokkaanse jongeren die een echtpaar hadden weggepest. Het ging er van kwaad tot erger. Drie, vier jaar geleden heeft men met intensief sociaal werk het tij weten te keren. Bewoners moesten zich weer eigenaar van de buurt gaan voelen en zelf gaan investeren om de buurt veiliger te maken. De sociaal werkers hebben zich in eerste instantie gericht op de jongere broertjes en zusjes van de overlastbezorgers. Later zijn ook de Marokkaanse moeders erbij betrokken. Inmiddels zitten er weer moeders met spelende kinderen op het Smaragdplein en is er geen overlast van jongeren meer. In augustus vorig jaar hebben buurtbewoners nog aan burgemeester Van der Laan mogen uitleggen hoe het is gekomen dat de buurt weer van hen is, en dat het jongerenwerk daar volgens hen een beslissende rol in heeft gespeeld.

Wat vindt u van het advies van de Gezondheidsraad?

Het is een belangrijk rapport voor de sector. Het zegt sociaal werkers twee dingen. Allereerst: jullie werk is belangrijk. In deze tijd waarin veel ontslagen vallen in de beroepsgroep, helpt het als een gezaghebbend instituut zegt wat het belang is van dat werk. Ten tweede zegt het: het werk kan beter, en het moet geprofessionaliseerd en ondersteund worden met kennisontwikkeling. Ook die aanbeveling wordt als een stimulans gezien. De Gezondheidsraad doet – net als ik in mijn proefschrift – een oproep aan de professionals om zich op grotere schaal te organiseren en meer verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van het vak te nemen.

Waarom hebben sociaal werkers wat u noemt een haat-liefdeverhouding ten opzichte van professionalisering?

Sociaal werkers zijn niet geneigd zich te organiseren. Er is wel een beroepsorganisatie die floreert, maar op het totaal gezien telt die vrij weinig mensen. In de jaren zeventig heb je een beroepsvereniging van opbouwwerkers gehad die zich ‘De eenzame fietser‘ noemde. Dat is veelzeggend.
Sociaal werkers bewegen zich in de leefwereld van mensen. Hun werk is verweven met het alledaagse leven van anderen. Dan is het moeilijk om te laten zien dat het wel degelijk professioneel is wat je doet. Een voorbeeld: je moet vertrouwen winnen. Dan ga je thuis bij mensen koffiedrinken. Wat is daar nou professioneel aan? Het gaat natuurlijk niet om die koffie, maar om wat je in zulke gesprekken probeert te achterhalen en hoe je op mensen probeert in te spelen… Bij sociaal werk lijkt het al snel of iedereen dat kan, maar zo simpel is dat niet. De maatschappelijke status van een sociaal werker komt niet in de buurt van die van een arts of advocaat. Er is een neiging om te denken dat je pas status krijgt wanneer je gaat lijken op die arts of advocaat. Maar het gaat er juist om die sociale professies te waarderen om wat ze zijn. Ze moeten dicht bij de mensen blijven.

Heeft het Gezondheidsraadadvies effect gehad?

Ja en Nee.
De vakontwikkeling van sociale professionals staat recent weer op de agenda, daarin heeft ook dit advies een aandeel gehad. Zo organiseren een aantal landelijke organisaties dit voorjaar een dag over 'Het huis van de sociaal werker'. De term sociaal werk is nog niet zo heel lang ingeburgerd. Het is eigenlijk een lappendeken van een hele reeks beroepen en werksoorten. Er is nu een beweging om daar meer eenheid in te brengen zonder de verscheidenheid los te laten.
De oproep van de raad om de komende zeven jaar te investeren in een kennisinfrastructuur voor het sociaal werk, heeft daarentegen nog geen respons gekregen. Degenen die daarover moeten besluiten – VWS, VNG, zorgverzekeraars – zijn nog lang niet zo ver. Absoluut niet. In die zin moet het rapport zijn echte werk nog gaan doen. Meer aandacht voor sociale preventie zou daarbij kunnen helpen. In hoeverre draagt maatschappelijke participatie bijvoorbeeld bij aan lagere kosten voor gezondheid en veiligheid? Daar is heel weinig over bekend. Een advies van de Gezondheidsraad over de innovatie van sociale preventie zou kunnen bijdragen aan de bereidheid bij met name gemeentes en zorgverzekeraars om te investeren in de kennisinfrastructuur van sociaal werk.