Naar het menu

Voedselallergie

Status

Gepubliceerd
21 maart 2007

Download publicaties

Op steeds meer verpakkingen geven fabrikanten aan dat voedingsmiddelen elementen kunnen bevatten die tot allergische reacties kunnen leiden. Dan wordt bijvoorbeeld gemeld dat in dezelfde fabriek ook met noten is gewerkt. Deze ongerichte waarschuwingen dreigen de keuzevrijheid van mensen met een voedselallergie echter onnodig te beperken. Regelgeving over maximaal toelaatbare hoeveelheden allergenen in voedingsmiddelen zou een betere optie zijn om een breed en veilig aanbod te garanderen. Zo’n vier- tot zesduizend mensen lijden aan een ernstige vorm van voedselallergie. Eten zij iets verkeerds, dan kan dat levensbedreigend zijn. De meeste patiënten hebben minder ernstige klachten, maar ook voor hen is vermijden van het allergeen de beste handelwijze. In totaal gaat het bij voedselallergie om een paar procent van de bevolking. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een advies dat vandaag wordt aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Commissie

  • mw. prof. dr. C.A.F.M. Bruijnzeel-Koomen, hoogleraar dermatologie-allergologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, voorzitter
  • prof. dr. ir. B. Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie, Universiteit en Universitair Medisch Centrum Utrecht
  • prof. dr. A.E.J. Dubois, bijzonder hoogleraar kinderallergologie, Academisch Ziekenhuis Groningen
  • dr. H. de Groot, internist-allergoloog, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam
  • dr. G.F. Houben, levensmiddelentoxicoloog, TNO Kwaliteit van Leven, Zeist
  • prof. dr. M.B. Katan, hoogleraar voedingsleer, Instituut voor Gezondheidswetenschappen, Faculteit der Aard-en Levenswetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • dr. C.M.F. Kneepkens, kinderarts-gastro-enteroloog, VU medisch centrum, Amsterdam
  • dr. A.C. Knulst, dermatoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht
  • mw. drs. Y. Meijer, kinderarts-allergoloog, Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht
  • dr. R. van Ree, immunoloog-biochemicus, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • prof. dr. ir. H.F.J. Savelkoul, hoogleraar celbiologie en immunologie, Wageningen Universiteit, Wageningen
  • prof. dr. C.P. van Schayck, hoogleraar huisartsgeneeskunde en preventieve geneeskunde, Universiteit Maastricht
  • mw. drs. M.L. van Weert-Waltman, arts maatschappij en gezondheid, cluster jeugdgezondheidszorg, GGD Amsterdam
  • mw. drs. E.N. Blok, Voedsel en Waren Autoriteit, Bureau Risicobeoordeling, Den Haag, adviseur (tot medio 2005)
  • dr. H.P.J.M. Noteborn, Voedsel en Waren Autoriteit, Bureau Risicobeoordeling, Den Haag, adviseur (vanaf medio 2005)
  • drs. A.F.H. de Jong, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie, Den Haag, adviseur (tot medio 2005)
  • mevr. ir. I. Stoelhorst, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie, Den Haag, adviseur (vanaf medio 2005)
  • dr. C.M.A. van Rossum, secretaris (tot eind 2005)
  • dr. ir. C.J.K. Spaaij, secretaris (vanaf januari 2006)
  • dr. ir. R. Weggemans, co-secretaris (vanaf zomer 2006)

Download publicaties

Gezondheidsraad. Voedselallergie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2007; publicatienr. 2007/07. ISBN  978-90-5549-645-7

Nieuwsflits