Naar het menu

Vluchtige organische stoffen uit bouwmaterialen in verblijfsruimten

Status

Gepubliceerd
23 mei 2000

Download publicaties

In dit advies gaat een commissie van de Gezondheidsraad na welke vluchtige organische stoffen (VOS) uit bouwmaterialen en andere bronnen terecht kunnen komen in de binnenlucht. De te bespreken VOS worden ingeperkt door het analytisch venster, de gestandaardiseerde methode voor de bepaling van VOS in de binnenlucht, die in de adviesaanvraag wordt voorgesteld. Zeer vluchtige stoffen, waaronder bijvoorbeeld formaldehyde uit spaanplaat, matig vluchtige stoffen en ook stoffen geassocieerd met deeltjes vallen buiten dit analytische venster. Gepubliceerde VOS-concentraties vertonen een grote spreiding en zijn in het algemeen zeer laag. Voor de VOS binnen het analytische venster is nagegaan of er bij concentraties zoals gemeten in de binnenlucht sprake kan zijn van effecten op de gezondheid. De biologische effecten van blootstelling aan genoemde VOS-concentraties lijken beperkt tot chemo-sensorische waarnemingen, zoals geur en prikkeling van het neusslijmvlies en van de ogen (sensorische prikkeling). Deze effecten zijn wel gerelateerd aan klachtenpatronen die men onder andere heeft opgetekend bij vrijwilligers in onderzoek met klimaatkamers en bij bewoners van gebouwen die bekend staan als sick buildings. Uit deze onderzoeken mag worden afgeleid dat aanwezige VOS-concentraties soms als hinderlijk worden aangemerkt. Voor een gezondheidskundige beoordeling is gekeken naar bekende gezondheidskundige advieswaarden zoals HBROEL’s (Health Based Recommended Occupational Exposure Limit) en de daaruit afgeleide MAC-waarden (Maximaal Aanvaarde Concentratie voor de arbeidsplek). Naar de mening van de commissie kunnen deze advieswaarden niet voor dit doel worden gebruikt. De blootstellingsduur en de groep uit de samenleving waarvoor deze advieswaarden zijn opgesteld verschillen te veel van de situatie bij het binnenmilieu. De voorspellende waarde van deze advieswaarden voor effecten op de gezondheid is te klein, ook na toepassen van de gebruikelijke onzekerheidsfactoren. Het gebruik van Air Quality Guidelines zoals opgesteld door de WHO voor de buitenlucht raadt de commissie af om praktische redenen. Deze richtlijnen zijn slechts voor een enkele VOS beschikbaar.

De commissie komt tot de conclusie dat chemo-sensorische effecten een bruikbare biologische basis vormen en als kritisch effect kunnen worden gehanteerd bij het afleiden van een advieswaarde voor VOS in binnenlucht en is van mening dat daarmee beïnvloeding van de gezondheid van betrokkenen, dus ook de invloed op het welbevinden ten gevolge van chemo-sensorische waarneming, kan worden voorkomen. De VOS-concentratie in de binnenlucht die daarbij hoort wordt door de commissie geschat op 0,2 mg/m3.

Bij de risicobeoordeling van de emissie uit bouwmateriaal volgt men een aantal stappen. Allereerst moet de emissie uit bouwmaterialen worden gemeten of geschat. Vervolgens moet de concentratie VOS in ruimten waarin bewoners of gebruikers van gebouwen verblijven worden geschat. De methode waarmee dit moet gebeuren vereist nadere technische uitwerking. De uitkomsten van deze beoordeling zullen voorzichtig moeten worden gehanteerd, wegens de beperkingen van het gekozen analytische venster, de wijze van bemonstering in de proefopstelling en de onzekerheden die worden geïntroduceerd door omrekening van emissiewaarde naar immissieconcentratie, de VOS-concentratie in de verblijfsruimte. De laatste stap in deze beoordelingsprocedure is de toetsing van de geschatte VOS-concentratie aan de advieswaarde van 0,2 mg/m3.

Deze benadering besteedt geen aandacht aan risico’s tengevolge van bekende specifieke effecten, zoals kankerverwekkende, reproductietoxische en sensibiliserende effecten van afzonderlijke VOS. In dit verband wordt verwezen naar de bestaande wettelijke regels voor het op de markt brengen en werken met deze stoffen. Gezien de aard van de risico’s dient toepassing van deze stoffen in de bouw te worden vermeden. Indien ze toch worden gebruikt is een afzonderlijke risicobeoordeling gewenst.

Samenvattend komt de commissie tot de volgende conclusies:

  • Het gekozen analytisch venster beperkt de informatie over VOS die uit bouwmaterialen kunnen vrijkomen; de commissie beveelt aan dat er ook aandacht wordt gegeven aan stoffen die buiten het analytisch venster vallen.
  • De maximale verontreiniging van de binnenlucht, de immissie voor zover die valt binnen een vergelijkbaar analytisch venster wordt geschat op 0,2 tot 3,0 mg/m3; concentratieniveau’s voor VOS in verblijfsruimten boven 0,2 mg/m3 moeten worden vermeden. Dit niveau kan niet worden beschouwd als een gezondheidskundige advieswaarde zoals de Gezondheidsraad voor afzonderlijke stoffen afleidt, de onderliggende gegevens zijn daarvoor te variabel en de interpretatie ervan berust op een aantal aannames.
  • De gemeten emissieniveaus in een proefopstelling moeten worden vertaald naar een representatief immissieniveau in verblijfsruimtes alvorens toetsing aan het genoemde concentratieniveau mogelijk is. Dit vraagt om een technische uitwerking door middel van een gezondheidkundig relevant voorspellend model. De commissie beveelt aan een dergelijk model te laten opstellen.
  • Het gebruik van VOS met kankerverwekkende, reproductietoxische of sensibiliserende eigenschappen bij de productie van bouwmaterialen moet worden vermeden.
  • Het hanteren van het toetsingscriterium betekent niet dat gevallen van verontreiniging ten gevolge van bouwmaterialen zich niet kunnen voordoen. Productiefouten, de introductie van nieuwe materialen of het gebruik van andere grondstoffen kunnen een nieuwe bron vormen voor VOS en stoffen, die buiten het analytisch venster vallen.
  • De immissiegegevens waarover de commissie kon beschikken, zijn voornamelijk resultaten van metingen die tien jaar of langer geleden zijn uitgevoerd. De modernisering van de bouwpraktijk en veranderingen in de wijze van gebruik van gebouwen en bewoning van huizen, die sindsdien hebben plaatsgevonden, vragen om een actualisering.

Download publicaties

Gezondheidsraad. Vluchtige organische stoffen uit bouwmaterialen in verblijfsruimten. Den Haag: Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr 2000/10. ISBN  90-5549-320-1

Nieuwsflits