Radon: toetsing rapport BEIR VI
Radon is een natuurlijk voorkomend, radioactief edelgas. Het element komt vrij bij het radioactief verval van radium, dat in sporen in de bodem en steenachtige bouwmaterialen aanwezig is. In woningen en andere verblijfs- en werkruimten kan radon zich in de lucht ophopen, waardoor de concentratie er hoger is dan buiten. Naar veronderstelling draagt het inademen van de eveneens radioactieve vervalproducten van radon bij aan het optreden van longkanker.
In 1993 besprak de Gezondheidsraad in een advies over het Basisdocument Radon de risico’s verbonden aan radonblootstelling. Dat advies berustte in belangrijke mate op een rapport van een commissie van de Academie van Wetenschappen in de VS, het zogeheten BEIR-IV-rapport (BEIR: Biological Effects of Ionizing Radiation). Onlangs heeft de Amerikaanse Academie opnieuw over radon gepubliceerd: het BEIR-VI-rapport. Op verzoek van de Voorzitter van de Gezondheidsraad heeft een werkgroep van de Raad het nieuwe rapport bestudeerd en nagegaan of een bijstelling van het eerdere advies van de Gezondheidsraad op zijn plaats zou zijn.
In het BEIR-VI-rapport worden het risico verbonden aan radonblootstelling, net als eerder, afgeleid uit resultaten van epidemiologisch onderzoek onder mijnwerkers. De conclusie — die door de werkgroep wordt onderschreven — is dat de centrale schatting van het risico iets is toegenomen, namelijk van 4 tot 5 per 10 000 per WLM (WLM is een maat voor de blootstelling aan radon). Gezien de onzekerheidsmarges is dit geen wezenlijke verandering. Voor Nederland leiden de nieuwe inzichten, rekening houdend met de meest recente gegevens over de blootstelling, tot de schatting dat 100 tot 1200 gevallen van longkanker per jaar aan radonblootstelling zijn toe te schrijven. De centrale schatting bedraagt 800. Vooral rokers lopen een risico omdat roken en blootstelling aan radon elkaar lijken te versterken bij het teweegbrengen van longkanker. De analyses in het Amerikaanse rapport en die van de werkgroep zijn gebaseerd op een lineair verband tussen blootstelling aan de straling van ingeademde radonvervalproducten en de kans op longkanker. Daarbij wordt een drempel van de blootstelling waaronder geen gevolgen optreden afwezig geacht. De werkgroep meent dat deze veronderstelling het meest plausibel is en het hanteren ervan de minste kans op een onderschatting van het risico geeft.
Download publicaties
Gezondheidsraad. Radon: Toetsing rapport ISBN 90-5549-306-6
