Radiofrequente elektromagnetische velden (300 Hz-300 GHz)
Steeds meer worden mensen blootgesteld aan elektromagnetische velden in het radio-frequente gebied, in dit rapport gedefinieerd als het gebied tussen 300 hertz (Hz) en 300 gigahertz (GHz = 109 Hz). Voorbeelden van bronnen zijn radio- en televisiezenders, draagbare telefoons en radarinstallaties. Onder bepaalde omstandigheden kan een dergelijke blootstelling negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben. Het in acht nemen van blootstellingslimieten zorgt ervoor dat de kans daarop klein is. In dit advies beveelt een commissie van de Gezondheidsraad limieten aan voor blootstelling onder verschillende omstandigheden. Het is een actualisering van een advies van de Gezondheidsraad uit 1975 over dit onderwerp.
Commissie
- dr EW Roubos, oogleraar zoölogie; Katholieke Universiteit Nijmegen, voorzitter
- dr ir PM van den Berg, hoogleraar elektromagnetische theorie; Technische Universiteit Delft
- dr JH Bernhardt, medisch fysicus; Bundesamt für Strahlenschutz, München (Duitsland)
- WJ van Gaalen, stralingshygiënist, hoofd Toezichtorgaan Stralingshygiëne Defensie; Bilthoven
- dr CM Horikx, fysisch chemicus; AKZO Nobel, Arnhem
- drs FBJ Koops, bioloog; KEMA, Arnhem
- ir JJH Renkens, telecommunicatie-specialist; PTT Telecom, Utrecht
- dr GC van Rhoon, fysicus; Dr Daniel den Hoed Kliniek, Rotterdam
- dr ZS Sienkiewicz, fysioloog en psycholoog; National Radiological Protection Board, Chilton (Verenigd Koninkrijk)
- drs DHJ van de Weerdt, medisch milieukundige; GGD, Zwolle
- dr ir APM Zwamborn, fysicus; Fysisch Elektronisch Laboratorium TNO, Den Haag
- dr E van Rongen, radiobioloog; Gezondheidsraad, Rijswijk, secretaris
Download publicaties
Gezondheidsraad. Commissie Radiofrequente straling. Radiofrequente elektromagnetische velden (300 Hz - 300 GHz). Den Haag: Gezondheidsraad, 1997; publicatienr. 2007/01. ISBN 90-5549-151-9
