Naar het menu

Opsporing en behandeling van adolescenten met schizofrenie

Status

Gepubliceerd
24 juni 1999

Download publicaties


Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening waarbij veranderingen optreden in denken, waarnemen en gedrag die botsen met de realiteit zoals anderen die ervaren. Deze wanen of hallucinaties worden soms voorafgegaan door een periode van sociaal isolement, verwaarlozing van hygiëne of vervlakking van emoties. De eerste verschijnselen treden bij de meeste patiënten op tijdens de adolescentie. Schizofrenie of een verwante stoornis treedt bij ongeveer een half procent van de bevolking op; in combinatie met het vroege begin en veelal chronische beloop leidt dat tot aanzienlijke ziektelasten.

Voor de behandeling is in Nederland sinds kort een richtlijn beschikbaar. De in deze richtlijn aangegeven behandeling met antipsychotica resulteert meestal in verbetering, maar bij een meerderheid van de patiënten blijkt de aandoening chronisch te zijn.
De oorzaak van schizofrenie is niet bekend. Zowel genetische factoren als omgevingsfactoren blijken belangrijk te zijn voor het ontstaan van deze aandoening. Het is echter niet bekend wèlke genen hiervoor verantwoordelijk zijn. Ook over de omgevingsfactoren is weinig duidelijk behalve dat complicaties bij de zwangerschap een negatief effect van overigens een bescheiden omvang hebben. Het beloop van schizofrenie is niet te voorspellen; weliswaar is er een statistisch verband tussen de ernst en bepaalde symptomen maar dit is onvoldoende om er bij individuele patiënten voorspellingen op te baseren.
Onderzoek naar de mogelijkheid het optreden van schizofrenie te voorspellen heeft aangetoond dat bij toekomstige patiënten gemiddeld vaker afwijkingen op neuropsychologische tests worden gevonden dan bij controlepersonen. Deze afwijkingen zijn echter niet specifiek voor de aandoening en doen zich zelfs betrekkelijk vaak voor bij personen die geen schizofrenie of verwante stoornissen krijgen. Ook onderzoek naar andere afwijkingen, bijvoorbeeld met behulp van beeldvormende technieken, heeft geen resultaten opgeleverd op grond waarvan het optreden van schizofrenie voorspeld kan worden.

Uit onderzoek elders is gebleken dat soms geruime tijd verstrijkt tussen het begin van de eerste psychose en het begin van de behandeling. Met 'eerste psychose' wordt in het voorliggende rapport bedoeld de eerste psychotische verschijnselen bij de patiënt (niet de eerste diagnose 'psychotisch' door de hulpverlener). Sommige onderzoekers veronderstellen dat de duur van de periode tussen eerste psychose en behandeling het uiteindelijke resultaat beïnvloedt; deze veronderstelling is echter omstreden. Gemiddeld is het eindresultaat slechter indien het langer duurt voordat een behandeling wordt begonnen. Het is echter niet bekend is of dit verband oorzakelijk is. Mogelijk berust het op een gemeenschappelijke factor, bijvoorbeeld doordat patiënten met een slechte prognose zich vaker isoleren van de omgeving. In Scandinavië is begonnen aan een pro-spectief onderzoek dat hierover uitsluitsel zou kunnen geven.

Afgezien van het mogelijke effect van een vroege behandeling op het uiteindelijk beloop van de ziekte, is een snelle behandeling van direct belang voor de patiënten en hun verwanten om zo mogelijk de duur en ernst van de psychose te verminderen en om eventuele schade aan sociale relaties te beperken. Over de tijdsduur tussen eerste psychose en behandeling zijn echter weinig gegevens voorhanden.


Conclusies

Er zijn geen kenmerken bekend op grond waarvan met redelijke zekerheid bij adolescenten is te voorspellen of zij schizofrenie of een verwante aandoening als schizofreniforme of schizo-affectieve stoornis zullen ontwikkelen. Onderzoek naar de mogelijkheid dergelijke voorspellingen te doen heeft onvoldoende resultaat opgeleverd. Bovendien brengt opsporing veel fout-positieven met zich mee, d.w.z. personen bij wie de ziekte zich niet zal gaan voordoen. Ook indien op grond van erfelijkheid en gedrag een hoog risico wordt vermoed, is niet te voorspellen of en wanneer de aandoening op zal treden.

Tot voor kort heeft het ontbroken aan een richtlijn voor de behandeling van schizofreniepatiënten; de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie heeft hierin onlangs voorzien met de uitgave van de 'Richtlijn antipsychoticagebruik bij schizofrene psychosen'.
Over de gemiddelde duur van de periode tussen het begin van de eerste psychose en de aanvang van de behandeling bij patiënten met schizofrenie en verwante stoornissen in Nederland, alsmede over de aard van een mogelijk verband tussen deze duur en het beloop van de ziekte, is onvoldoende bekend.


Download publicaties

Gezondheidsraad. Opsporing en behandeling van adolescenten met schizofrenie. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999; publicatie nr 1999/08. ISBN  90-5549-262-0

Nieuwsflits