Naar het menu

Meervoudige chemische overgevoeligheid: Multiple chemical sensitivity

Status

Gepubliceerd
26 augustus 1999

Download publicaties


Van de ongeveer tweehonderd recente publicaties over MCS die in de biomedische literatuur zijn aangetroffen, heeft slechts een dertigtal betrekking op oorspronkelijk onderzoek inzake het vóórkomen, het mechanisme en de behandeling van MCS. De publicaties in kwestie zijn vermeld in tabel 1. In vrijwel alle gevallen laten de validiteit en de precisie van het onderzoek veel te wensen over. Dit hangt samen met het feit dat de definitie van MCS niet eenduidig vastligt en dat er, voorts, a priori grote onduidelijkheid is over de aard van zowel de eventuele oorzaken als de mogelijke gevolgen van MCS.

Zou men het verschijnsel MCS op meer wetenschappelijke wijze willen onderzoeken dan zou men hypothesen moeten hebben die zowel plausibel als testbaar zijn (Dye97), en zou er overeenstemming moeten zijn over meetbare kenmerken en mogelijke oorzaken van MCS. Bij het ontbreken hiervan heeft provocatieonderzoek om de aard en de oorzaak van de overgevoeligheid van mensen met MCS-klachten te achterhalen geen zin, en is valide gestandaardiseerd onderzoek naar het eventuele vóórkomen en de behandeling niet mogelijk.

Aspecifieke gezondheidsklachten zoals moeheid, concentratieproblemen, hoofdpijn, ademhalingsmoeilijkheden en een zere keel komen veel voor. Vanzelfsprekend verdienen deze klachten aandacht in de gezondheids­zorg. Sommigen leggen hier een verband met blootstelling aan chemicaliën. De vraag is nu in hoeverre de stand van wetenschap een dergelijke koppeling rechtvaardigt én of een persoon met zulke klachten gebaat is bij de diagnose multiple chemical sensitivity/meervoudige chemische overgevoeligheid (MCS).

Om omgevingsfactoren oorzakelijk te kunnen koppelen aan een gezondheidsprobleem moet aan welomschreven criteria zijn voldaan (zie bijvoorbeeld Hil65 en McC97). De relatie tussen de vermoede oorzaak en de gezondheidsklachten moet consistent en specifiek zijn, en de pathologie moet zich op een aanwijsbaar punt in de tijd tussen blootstelling en het ontstaan van klachten hebben ontwikkeld. Voorts is het bestaan van een dosis-responsrelatie van belang, en het vermoede verband moet biologisch plausibel zijn. De mate van plausibiliteit hangt af van de mate van beschikbare kennis. De waarnemingen dienen coherent te zijn en met positieve en negatieve controles bevestigd. Analogieën versterken de waarschijnlijkheid van een oorzakelijk verband.

In de publicaties over als MCS aangeduide verschijnselen is aan deze eisen niet voldaan (zie tabel 1). De relatie tussen blootstelling aan chemische stoffen en gerapporteerde aspecifieke gezondheidsklachten is in het beste geval associatief, en het bestaan van een klinisch identificeerbaar syndroom, berustend op een reproduceerbaar mechanisme, wordt niet gestaafd. Deze vaststelling laat onverlet dat allerlei omgevingsfactoren bij verschillende mensen verschillende reacties kunnen oproepen: de een zal ze zonder problemen tolereren, bij de ander zullen ze aanleiding geven tot klachten. Hier kunnen verschillende factoren en mechanismen een rol spelen. Mensen met klachten zijn er echter niet bij gebaat dat deze veelsoortige verschijnselen geforceerd onder één noemer worden gebracht. Die ene noemer kan het zicht op wat er precies aan de hand is vertroebelen en bemoeilijkt zowel op maat gesneden maatregelen in de omgeving als behandeling van de persoon in kwestie.

De conclusie moet zijn dat de op dit moment beschikbare informatie geen medisch-wetenschappelijke onderbouwing biedt voor het bestaan van 'multiple chemical sensitivity' als syndroom of ziekte. Deze conclusie doet niets af aan het belang van de beoordeling van de mogelijke relaties tussen gecombineerde blootstellingen en het optreden van gezondheidsklachten.

Download publicaties

Gezondheidsraad. Meervoudige chemische overgevoeligheid: Multiple chemical sensitivity. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999; publicatie nr 1999/01. ISBN  90-5549-252-3

Nieuwsflits