Laserpointers tegen het licht gehouden. Een risico-evaluatie.
Sinds enkele jaren zijn er kleine lasers op de markt, onder andere in de vorm van sleutelhangers, zakmessen, pennen en creditcards. Het zijn diodelasers die rood licht uitzenden, veelal met een vermogen van 1 tot 5 mW. Dergelijke lasers fungeren bij voordrachten en lessen als de moderne versie van de aanwijsstok: laserpointers. Door de lage prijs en de vormgeving worden ze echter in toenemende mate als speeltje gebruikt en komen we ze tegen op straat, in de discotheek en in de schoolbanken. Deze lasers zijn vaak gelabeld volgens het Amerikaanse classificatiesysteem, en vallen dan in veiligheidsklasse 3A. Volgens het in Europa gehanteerde systeem moet dit echter 3B zijn, hetgeen wijst op een potentieel gevaar voor de ogen.
Lasers met voldoende vermogen kunnen netvliesverbranding veroorzaken. Om dit te voorkomen zijn, voor het eerst rond 1970, blootstellingslimieten opgesteld. Uit het vermogen, de uittreediameter en de divergentie van de bundel van de laser kan de minimale veilige afstand (NOHD, nominal ocular hazard distance) worden berekend, waarbuiten de blootstellingslimiet niet wordt overschreden. Deze ligt voor de meeste laserpointers in de orde van 5 tot 15 meter.
De blootstellingslimieten zijn gebaseerd op ED50-waarden voor proefdieren (ED50-waarden zijn bestralingsniveaus waarbij de helft van de proefdieren schade oploopt). De analyse van de relatie tussen deze en andere waarden en de blootstellingslimieten toont aan dat de kans op blijvend oogletsel zeer gering is bij blootstelling rond de limiet.
Verscheidene Europese landen, waaronder Nederland, achten klasse 3A- en 3B-lasers slechts geschikt voor professioneel gebruik door daarvoor opgeleid personeel, en hebben inmiddels de verkoop van laserpointers in klasse 3A en 3B en de toepassing van klasse 2-lasers in speelgoed verboden. Dit is in de meeste gevallen ingegeven door meldingen van vermeend oogletsel. In de internationale ’peer-reviewed’ literatuur is echter nog geen enkel geval van blijvend oogletsel door laserpointers aangetroffen. Uit onderzoek onder Nederlandse oogartsen is ook gebleken dat er nog geen geval van permanente schade is geconstateerd.
Wel kan bij blootstelling aan lagere vermogens hinder in de vorm van tijdelijke verblinding en hevige schrikreacties optreden. De mate van hinder is afhankelijk van het vermogen van de laser, maar ook van de hoeveelheid omgevingslicht en de duur van de blootstelling. Wanneer een dergelijke blootstelling onverwacht plaatsvindt, kan dit leiden tot gevaarlijke situaties, vooral als de blootgestelde zich in een situatie bevindt waar de volle concentratie vereist is (bijvoorbeeld het besturen van een auto).
Het in Nederland uitgevaardigde verkoopverbod draagt bij aan het reduceren van de kans op misbruik of hinder. Tevens voorkomt het dat in de toekomst lasers met steeds hogere vermogens op de markt verschijnen die wel degelijk blijvend oogletsel kunnen veroorzaken.
Download publicaties
Gezondheidsraad. Laserpointers tegen het licht gehouden. Een risico-evaluatie.. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999; publicatie nr 1999/03. ISBN 90-5549-255-8
