Het belang van weefselovereenkomst bij niertransplantatie
Bij de toewijzing van donornieren van overledenen blijft het essentieel om te streven naar een zo goed mogelijke weefselovereenkomst tussen donor en ontvanger. Hoe beter die overeenkomst, hoe kleiner de kans dat de getransplanteerde nier afgestoten wordt door het lichaam van de ontvanger of daar voor complicaties zorgt. De criteria voor weefselovereenkomst kunnen wel eenvoudiger worden gemaakt dan ze nu zijn, waardoor meer patiënten geholpen zouden kunnen worden. Dit concludeert de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen advies over HLA-matching bij niertransplantatie.
Commissie
- prof. dr G Kootstra, emeritus hoogleraar heelkunde; Maastricht, voorzitter
- prof. mr dr H Akveld, hoogleraar rechtsgeleerdheid; Erasmus Universiteit Rotterdam
- PJ Batavier, Transplantatiecoördinator; Universitair Medisch Centrum Utrecht
- prof. dr ID de Beaufort, hoogleraar medische ethiek; Erasmus Universiteit Rotterdam
- MEG van Gurp, coördinator nierdonatie bij leven; Leids Universitair Medisch Centrum
- dr R Hené, nefroloog; Universitair Medisch Centrum Utrecht
- prof. dr RAP Koene, emeritus hoogleraar nefrologie; Nijmegen
- dr GJ Olthof, beleidsmedewerker Ministerie VWS
- dr GG Persijn, voormalig medisch directeur Eurotransplant Foundation, Leiden
- prof. dr MJH Slooff, hoogleraar hepatobiliaire chirurgie en levertransplantatie; Universitair Medisch Centrum Groningen
- prof. dr JM Wilmink, emeritus hoogleraar nefrologie; Amsterdam
- prof. dr J IJzermans, hoogleraar transplantatiechirurgie; Erasmus medisch Centrum Rotterdam
- drs MA Bos, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
Download publicaties
Gezondheidsraad. Het belang van weefselovereenkomst bij niertransplantatie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr 2006/08. ISBN 90-5549-596-4
