Familiaire hypercholesterolemie en de Wet op de medische keuringen
Verzekeraars volgen verouderd medisch inzicht als zij de erfelijke aandoening ‘familiaire hypercholesterolemie’ (FH) opvatten als een onbehandelbare ziekte. Die onjuiste opvatting ontmoedigt deelname aan het screeningsprogramma op FH en kan aldus een belemmering vormen voor het benutten van de beschikbare cholesterolverlagende therapie. Er is ook behoefte aan duidelijker regels voor de vragen die een verzekeraar bij een medische keuring mag stellen over de erfelijke eigenschappen van de keurling. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen advies aan de Minister van VWS.
Commissie
- dr WG van Aken, emeritus hoogleraar biomedische technologie; Amstelveen, voorzitter
- mr JKM Gevers, hoogleraar gezondheidsrecht; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
- dr ir LM Havekes, biochemicus; TNO Preventie en Gezondheid, Leiden, en hoogleraar lipoproteïnemetabolisme; Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
- dr JJP Kastelein, internist; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
- dr NJ Leschot, hoogleraar klinische genetica; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
- mr LF Markenstein, gezondheidsjurist; KNMG, Utrecht
- dr AFH Stalenhoef, hoogleraar atherogenese; Universitair Medisch Centrum St Radboud, Nijmegen
- mr ir JR Storm, Ministerie van VWS, Den Haag, adviseur
- mr A Bood, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
- WA van Veen, arts, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
Download publicaties
Gezondheidsraad. Familiaire hypercholesterolemie en de Wet op de medische keuringen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001; publicatie nr 2001/26. ISBN 90-5549-402-X
