Naar het menu

Extreem laagfrequente elektromagnetische velden en gezondheid

Status

Gepubliceerd
8 april 1992

Download publicaties

Inleiding

Bij het transport, de distributie en het gebruik van elektriciteit voor huishoudelijke en industriële doeleinden ontstaan elektromagnetische (EM) velden. Bij de elektriciteitsvoorziening wordt gebruik gemaakt van wisselstroom, en de hiermee samenhangende EM velden zijn dientengevolge wisselvelden. Zij hebben een frequentie van 50 Hz (in Noord-Amerika 60 Hz). Deze waarden vallen in het gebied van de extreem lage frequenties, ELF (0 - 300 Hz). ELF EM velden zijn in onze geïndustrialiseerde samenleving alomtegenwoordig, zij het dat hun sterkte van plaats tot plaats varieert. De mogelijke gevolgen voor de gezondheid van chronische blootstelling aan deze velden hebben in het begin van de jaren tachtig in de Verenigde Staten tot ongerustheid onder de bevolking geleid, een ongerustheid die is overgeslagen naar andere landen.
Een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van die bezorgdheid waren de resultaten van een epidemiologisch onderzoek uit 1979 (Wer79). De onderzoekers rapporteerden een zwakke relatie tussen de 'wire code'*, een factor die zij beschouwden als een maat voor de blootstelling aan ELF EM vel¬den, en sterfte ten gevolge van leukemie bij kinderen. In een groot aantal laboratorium- en epidemiologische onderzoeken is vervolgens getracht een antwoord te vinden op de vraag of ELF EM velden inderdaad gevaar opleveren voor de gezondheid en zo ja, via welk mechanisme.
Sinds 1988 zijn verscheidene rapporten verschenen waarin het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van blootstelling aan ELF EM velden wordt samengevat en waarin de mogelijke gevolgen van een dergelijke blootstelling voor de gezondheid worden beschouwd. Met name de mogelijke betrokkenheid van blootstelling aan ELF EM velden bij het ontstaan of de ontwikkeling van bepaalde vormen van kanker heeft daarbij grote aandacht gekregen. In mei 1989 verscheen een rapport van het Office of Technology Assessment (OTA), het wetenschappelijk bureau van het Amerikaanse Congres (OTA89). In december 1990 kwam - in conceptvorm - een rapport beschikbaar van de Environmental Protection Agency (EPA), het milieubureau van de federale overheid in de Verenigde Staten (EPA90). Tenslotte is in juli 1991 een literatuurstudie over dit onderwerp versche¬nen van de Rijksuniversiteit Limburg (Sch91), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.

Conclusies en aanbevelingen

De Commissie 'ELF elektromagnetische velden' van de Gezondheidsraad heeft zich op basis van de haar per 1 november 1991 beschikbare wetenschappelijke literatuur een oordeel gevormd over de invloed van blootstelling van biologische systemen aan ELF EM velden. Zij verwoordt dat oordeel in het voorliggende advies. De commissie richt zich in haar conclusies uitsluitend op de mens, in het bijzonder op effecten die worden veroorzaakt door blootstelling aan velden die door wisselstroom met een frequentie van 50 (of 60) Hz worden opgewekt. De reden voor deze beperking is, dat de blootstelling van de bevolking aan ELF EM velden met andere frequenties relatief zeer gering is en dat de discussie over mogelijk nadelige effecten betrekking heeft op de alomtegenwoordige 50/60 Hz-velden.
De beschouwingen van de commissie leiden tot de volgende antwoorden op de drie vragen die de minister van VROM in zijn adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad stelde.

  • Recente epidemiologische gegevens hebben tot nu toe geen éénduidige relatie kunnen leggen tussen de kans op sterfte door tumorinductie en de blootstelling aan ELF elektromagnetische velden. Bovendien ontbreekt een éénduidige relatie tussen de waargenomen effecten op cellulair nivo, de waargenomen effecten op mens en dier en daadwerkelijke gezondheidseffecten. Gaarne wordt van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis inderdaad onvoldoende is voor het vaststellen van dergelijke relaties. Indien dit inderdaad het geval is, welk wetenschappelijk onderzoek is dan, bijvoorbeeld in Nederland, mogelijk, en eventueel noodzakelijk, om de onzekerheden en lacunes in de wetenschappelijke kennis te verminderen?

De commissie is van mening dat de uitkomsten van het tot nu toe verrichte epidemiologische onderzoek niet leiden tot de conclusie dat er een relatie bestaat tussen langdurige blootstelling aan ELF EM velden zoals die in de woon- of werkomgeving voorkomen en nadelige effecten op de gezondheid. Daarnaast geeft de huidige kennis over de invloed van ELF EM velden op biologische systemen geen duidelijke aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijke relatie. Concreet gezegd, meent de commissie dat het verrichte onderzoek onvoldoende consistente aanwijzingen levert om te kunnen stellen dat blootstelling aan ELF EM velden afkomstig van het elektriciteitsdistributiesysteem en van huishoudelijke en industriële elektrische apparaten het ontstaan of de ontwikkeling van bepaalde kwaadaardige aandoeningen beïnvloedt of een nadelige invloed heeft op het verloop van de zwangerschap en de gezondheid van de ongeboren vrucht.
De commissie wijst er op dat in enkele epidemiologische onderzoeken in de Verenigde Staten een relatie is gerapporteerd tussen de configuratie van de bovengrondse draden van het elektriciteitsdistributiesysteem (de 'wire code') en het voorkomen van leukemie bij kinderen. Deze relatie is volgens de commissie echter onvoldoende aanleiding voor het aannemen van een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan ELF EM velden en het voorkomen van leukemie (of andere vormen van kanker), omdat een relatie met de gemeten sterkte van de EM velden niet is gevonden. De commissie is van mening dat nader wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen de 'wire code' en karakteristieken van het patroon van blootstelling aan ELF EM velden (veldsterkte, tijdsduur) mogelijk opheldering kan geven over de gerapporteerde relatie. Dergelijk onderzoek vindt momenteel in de VS plaats. Daarbij dient volgens de commissie ook te worden nagegaan of er wellicht een relatie bestaat tussen de 'wire code' en andere factoren, zoals bijvoorbeeld de verkeersintensiteit.
Gelet op de onzekerheden in de interpretatie van de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek en op het feit dat (althans in de Verenigde Staten) dit onderzoek op grote schaal wordt voortgezet, beveelt de commissie aan om de ontwikkelingen op dit gebied te blijven volgen en over vijf jaar een hernieuwde evaluatie van de wetenschappelijke gegevens te doen plaatsvinden.
In hoofdstuk 7 geeft de commissie een opsomming van een aantal lacunes in de kennis met betrekking tot de biologische effecten van blootstelling aan ELF EM velden, waarnaar wellicht in Nederland nader onderzoek zou kunnen worden verricht.

  • Naast de interim richtlijnen van de International Non-ionizing Radiation Committee (INIRC) van de International Radiation Protection Association (IRPA) betreffende de beperking van blootstelling aan elektrische en magnetische velden van 50/60 Hz (Health Physics, 58, 113-122, 1990) zijn ook in diverse landen (voorlopige) richtlijnen vastgesteld. Gaarne wordt van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis van mogelijke effecten van extreem laag-frequente elektromagnetische velden op de gezondheid van de mens voldoende is voor het ontwikkelen van normen voor (maximale) blootstelling aan extreem laag-frequente elektromagnetische velden. Indien dit inderdaad het geval is, kan de interim richtlijn van de INIRC/IRPA wetenschappelijk gezien als uitgangspunt dienen voor overheidsbeleid?

Blootstelling aan ELF EM velden met extreem hoge veldsterkten kan resulteren in direct waarneembare negatieve effecten op de gezondheid. Dergelijke hoge veldsterkten komen niet in de woonomgeving voor, maar kunnen in bepaalde industriële arbeidssituaties aanwezig zijn. De commissie vindt dit een reden om normen voor deze blootstelling te ontwikkelen. Zij stelt voor om de door de velden in het lichaam geïnduceerde stroomdichtheden daarbij als uitgangspunt te nemen. Deze benadering ligt ook ten grondslag aan de interim-richtlijn van het INIRC/IRPA. Naar de mening van de commissie bieden de in deze richtlijn voorgestelde grenswaarden in voldoende mate bescherming tegen mogelijke direct waarneembare effecten op de gezondheid.

  • Het aantal in Nederland blootgestelde mensen aan extreem laag-frequente elektromagnetische velden van hoogspanningslijnen en -kabels is onbekend. Eenzelfde conclusie kan getrokken worden met betrekking tot de veldsterkten waaraan deze groep mensen wordt blootgesteld. Ook de veldsterkten waaraan men in Nederland blootgesteld wordt ten gevolge van het gebruik van (huishoudelijke) apparaten is onbekend. Gaarne wordt van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis van mogelijke effecten van extreem laag-frequente elektromagnetische velden op de gezondheid van de mens aanleiding geeft tot het in kaart brengen van de veldsterkten waaraan de Nederlandse bevolking wordt blootgesteld ten gevolge van de bovengenoemde bronnen.

De commissie geeft in hoofdstuk 2 een beknopt overzicht van de veldsterkten die in Nederland optreden in de nabijheid van hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels en elektrische huishoudelijke apparatuur. De resultaten van metingen en berekeningen geven aan dat in ons land de veldsterkten in de woonomgeving veroorzaakt door hoogspanningslijnen en door huishoudelijke apparatuur van dezelfde orde van grootte zijn. De veldsterkten direct onder, en dus ook die op grotere afstand van hoogspanningsleidingen in Nederland voldoen aan de criteria die zijn genoemd in de interim-richtlijn van het INIRC/IRPA. Op dit ogenblik acht de commissie het niet zinvol om de veldsterkten waaraan de Nederlandse bevolking is blootgesteld, in nader detail te bepalen. Het is namelijk volstrekt onduidelijk welke karakteristieken van het patroon van langdurige blootstelling aan lage veldsterkten (elektrische veldsterkte, magnetische fluxdichtheid, frequentie, tijdsduur) in enigerlei relatie zouden kunnen staan met de gezondheid.

Toelichting

Omgevingsfactoren, waartoe blootstelling aan stoffen, straling en de hier beschouwde ELF EM velden behoren, kunnen de gezondheid beïnvloeden in een mate die afhangt van de aard van de factor en de mate van blootstelling eraan. Ook andere factoren kunnen daarbij van belang zijn. Van sommige omgevingsfactoren is een schadelijke invloed op de volksgezondheid niet waarneembaar. Het is echter principieel onmogelijk om via wetenschappelijk onderzoek het bestaan van zo'n invloed volstrekt uit te sluiten.
In de huidige maatschappelijke aandacht voor de mogelijke invloed op de gezondheid van ELF EM velden kwam de nadruk vooral te liggen op een mogelijke relatie tussen blootstelling aan deze velden en het in verhoogde mate optreden van (bepaalde vormen van) kanker. Een dergelijke relatie kan men wetenschappelijk gezien als waarschijnlijk beschouwen indien zij - na eventueel in een (hypothese-genererend) epidemiologisch onderzoek naar voren te zijn gekomen - in hypothese-testend onderzoek is bevestigd en er voor zo'n relatie een plausibel biologisch mechanisme bestaat dat berust op de uitkomsten van laboratoriumonderzoek. Zo kan men voor zo'n relatie aanwijzingen vinden uit onderzoek naar het optreden van de betreffende effecten bij proefdieren.
De commissie meent dat met betrekking tot de uitkomsten van het verrichte epidemiologische onderzoek naar de effecten van blootstelling aan ELF EM velden deze voorwaarden niet vervuld zijn. Wel zijn in laboratoriumonderzoek interacties tussen ELF EM velden en biologische systemen aangetoond. Dit is niet verwonderlijk, omdat communicatie tussen cellen of celsystemen vaak gepaard gaat met elektrische verschijnselen. Wanneer de externe velden van voldoende sterkte zijn, zullen deze biologische systemen reageren als op een natuurlijke prikkel. Bij veldsterkten met een grootte die men in de leefomgeving aantreft, zijn deze interacties evenwel steeds omkeerbaar gebleken, dat wil zeggen dat er na uitschakeling van de bron geen waarneembaar blijvend effect was.

Samenvatting

De conclusies en aanbevelingen van de commissie kunnen als volgt worden samengevat:

  1. Er is onvoldoende wetenschappelijke grond om aan te nemen dat chronische blootstelling aan ELF EM velden met een lage veldsterkte, zoals die voorkomen in de woon- en werkomgeving, nadelige effecten op de gezondheid veroorzaakt. Een dergelijke blootstelling heeft geen aangetoonde invloed op het ontstaan of de ontwikkeling van kanker. Ook is niet gebleken dat zij een vroegtijdige beëindiging van de zwangerschap veroorzaakt of negatieve invloed uitoefent op de ongeboren vrucht.
  2. Blootstelling aan ELF EM velden met veldsterkten die aanzienlijk hoger zijn dan die in de woonomgeving heersen, maar die in bepaalde industriële arbeidssituaties kunnen voorkomen, kan direct waarneembare gezondheidsschade veroorzaken. De commissie beveelt daarom aan om normen te ontwikkelen voor de maximale blootstelling. Deze normen kunnen worden gebaseerd op de interim-richtlijnen ter zake van het INIRC/IRPA.
  3. Er is geen aanleiding om in detail de veldsterkten te bepalen waaraan de Nederlandse bevolking is blootgesteld.
  4. De wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van effecten van blootstelling aan ELF EM velden in biologische systemen dienen gevolgd te worden. De commissie beveelt aan om over vijf jaar een hernieuwde evaluatie uit te voeren.

* De 'wire code' is de indeling in een beperkt aantal klassen van het totaal van componenten van het bovengrondse elektriciteitsdistributiesysteem: het aantal draden met hoge en met lage spanning, hun onderlinge positie en de plaats van de transformatoren; dit alles gerelateerd aan de afstand tot een woning. Deze indeling heeft een zekere relatie met de sterkte van het EM veld bij de woning.

Commissie

EMV

Download publicaties

Gezondheidsraad: Extreem laagfrequente elektromagnetische velden en gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 1992; publicatienr. 1992/07.

Nieuwsflits