De effectiviteit van fysische therapie: Elektrotherapie, lasertherapie, ultrageluidbehandeling
In de fysiotherapie wordt de zogeheten fysische therapie in engere zin — dat wil zeggen: behandelmethoden waarbij via een apparaat fysische prikkels worden toegediend — in Nederland vaak toegepast, vooral bij aandoeningen van het bewegingsapparaat. Personen met deze aandoeningen vormen de grootste patiëntengroep voor fysiotherapeutische behandeling in de eerstelijns gezondheidszorg. Het gebruik van bedoelde apparaten, al dan niet gecombineerd met andere vormen van fysiotherapie, vindt in ons land naar schatting plaats in meer dan de helft van alle fysiotherapeutische behandelingen in de extramurale zorg. Ondanks de veelvuldige toepassing wordt de laatste jaren in wetenschappelijke kring steeds vaker de vraag gesteld in hoeverre deze verschillende therapievormen doeltreffend zijn. In dit advies neemt een commissie van de Gezondheidsraad — aan de hand van recent verrichte systematische literatuurstudies (systematic reviews) — drie behandelmethoden onder de loep: elektrotherapie, lasertherapie en ultrageluidbehandeling. De drie studies, die tezamen 169 randomized clinical trials (RCT’s) omvatten, laten zien dat bij uiteenlopende aandoeningen — op enkele uitzonderingen na — weinig tot geen bewijs bestaat voor effectiviteit van genoemde therapievormen. Dit gebrek aan wetenschappelijk overtuigend bewijs contrasteert met hun betrekkelijk grootschalige en frequente toepassing in ons land. De commissie acht ruime toepassing in de reguliere zorg dan ook niet gerechtvaardigd. Voor de enkele aandoeningen waarvoor (enig) bewijs is gevonden voor effectiviteit van bepaalde behandelwijzen, meent de commissie — met het oog op de kwaliteit en doelmatigheid van zorg — dat in die gevallen nadere evaluatie van de betrokken behandelvorm nodig is. Dit betreft: elektrotherapie bij artrose, lasertherapie bij pijnbehandeling en bij reumatische artritis, ultrageluidbehandeling bij ’tenniselleboog’. Omdat tal van de verrichtingen in kwestie sinds vele jaren deel uitmaken van een in ons land ’aanvaarde’ praktijk, beveelt de commissie aan om te bevorderen dat vanuit de beroepsorganisaties van fysiotherapeuten een op hun leden gericht voorlichtingsbeleid in gang wordt gezet. Dit zou dan bij voorkeur moeten aansluiten bij de initiatieven voor kwaliteitsbevordering die deze organisaties sinds enkele jaren ontplooien door, onder meer, het opstellen en bijstellen van richtlijnen. Ook ware in de opleiding en de na- en bijscholingsprogramma’s voor fysiotherapeuten met de in dit advies beschreven bevindingen rekening te houden.
Bovenstaande conclusies en aanbevelingen hebben alleen betrekking op de in dit advies in beschouwing genomen therapievormen. Het is niet uitgesloten dat andere veel gebruikte vormen van fysiotherapie, zoals bewegingstherapie, oefentherapie, begeleiding en instructie, wel effectief zijn. Nader onderzoek dienaangaande is wenselijk.
Download publicaties
Gezondheidsraad. De effectiviteit van fysische therapie: Elektrotherapie, lasertherapie, ultrageluidbehandeling. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999; publicatie nr 1999/20. ISBN 90-5549-287-6
