Bijwerkingen vaccinaties Rijksvaccinatieprogramma 2002-2003
Jaarlijks worden in Nederland honderdduizenden kinderen gevaccineerd tegen kinderziektes als kinkhoest en mazelen. Meestal treden geen bijverschijnselen op, maar soms ontstaan na een vaccinatie klachten. Het RIVM registreert meldingen van deze klachten en beoordeelt of deze verband houden met de vaccinatie, of daar los van staan. Voor de ernstige of gecompliceerde meldingen volgt per geval ook nog een toetsing door de Gezondheidsraad. Over 2002 en 2003 blijkt het voor 20 ziektegevallen voorstelbaar dat deze verband houden met een vaccinatie. Alle kinderen herstelden ook weer van de bijwerking. Deze bevinding is in lijn met eerdere rapportages. Zij geeft dan ook geen aanleiding tot voorstellen voor veranderingen in het Rijksvaccinatieprogramma.
Commissie
- dr ACB Peters, emeritus hoogleraar kinderneurologie; Oegstgeest, voorzitter
- drs A Ambler, Inspectie voor de Gezondheidszorg, tot 1 december 2005 adviseur
- dr SG van Duinen, neuropatholoog; Leids Universitair Medisch Centrum
- dr EJP Lommen, kinderarts; Waalre
- dr RHB Meyboom, arts; Stichting Landelijke Registratie Evaluatie Bijwerkingen, Den Bosch; the Uppsala monitoring centre, Uppsala, Zweden
- dr HC Rümke, directeur klinisch onderzoek Vaxinostics; Vaccin Centrum van de Erasmus Universiteit Rotterdam
- dr HP Verbrugge, jeugdarts; Santpoort
- drs PE Vermeer-de Bondt, jeugdarts; Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, adviseur
- dr PME Wertheim-van Dillen, klinisch-viroloog; Nigtevecht
- dr K Groeneveld, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
Download publicaties
Gezondheidsraad. Bijwerkingen vaccinatie; Rijksvaccinatieprogramma 2002-2003. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr 2006/14. ISBN 90-5549-609-X
