Advies Medical Technology Assessment
In november 1995 verscheen de beleidsbrief "Medische Technology Assessment en doelmatigheid van zorg" aan de tweede kamer van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In de beleidsbrief werd de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) gevraagd advies uit te brengen over prioriteiten in medical technology assessment (MTA) in Nederland, over de wijze waarop de coördinatie en afstemming van MTA verbeterd zou kunnen worden, en over de haalbaarheid en de invulling van een nationaal programma doelmatigheidonderzoek. Bij zijn advies diende de Raad rekening te houden met de taken van de Gezondheidsraad en de Ziekenfondsraad, de betrokkenheid van uitvoerende onderzoekorganisaties en eindgebruikers van MTA, en bestaande en komende onderzoekprogramma’s. Daarnaast werd de Raad gevraagd bij zijn advies aandacht te besteden aan onderwerpen als de procedure voor de selectie van onderwerpen voor doelmatigheidonderzoek; de standaardisering van onderzoekmethoden en uitkomstmaten; de infrastructuur van MTA; paramedische en verpleegkundige technologieën; bestaande en eenvoudige medische technologieën; in het buitenland uitgevoerd MTA; en de maatschappelijke en juridisch/ethische aspecten van medische technologieën.
De Raad heeft ter voorbereiding van zijn advies een commissie ingesteld bestaande uit een aantal leden en twee externe deskundigen (bijlage 1). De commissie heeft onderscheid gemaakt tussen het MTA-proces enerzijds en het MTA-onderzoek anderzijds. Onder MTA-proces verstaat de commissie het proces dat verloopt van signalering van een probleem tot en met de evaluatie van de implementatie van de aangewezen medische technologie. Van dit gehele proces vormt het MTA-onderzoek een onderdeel. Het advies van de Raad richt zich vooral op het MTA-onderzoek en niet op het gehele MTA-proces.
De Raad heeft besloten zijn advies in twee delen uit te brengen. In het voorliggende deel van het MTA-advies worden de lacunes in het MTA-onderzoek beschreven die door de vraag- en aanbodzijde worden ervaren. Tevens wordt een overzicht gegeven van het lopende MTA-onderzoek. Op grond van deze bevindingen wijst de Raad een aantal onderwerpen op het gebied van MTA-onderzoek aan die in aanmerking komen voor nadere prioritering. In dit deel wordt ook kort verslag gedaan van het overleg met een aantal organisaties die betrokken zijn bij MTA-onderzoek ten behoeve van de afstemming en coördinatie van MTA-onderzoek in Nederland.
De Raad neemt zich voor in het tweede deel van zijn advies in te gaan op de in het eerste deel aangewezen onderwerpen en de criteria voor prioritering. Het tweede deel zal ook een uitwerking bevatten van het voorstel om te komen tot een platform ter verbetering van de coördinatie en de afstemming van MTA-onderzoek en van het voorstel om MTA-onderzoek te monitoren, d.w.z. de ontwikkelingen op dit gebied continu te volgen.
De commissie heeft haar werkterrein afgebakend door MTA-onderzoek te definiëren als wetenschappelijk onderzoek naar een medische voorziening en/of een zorgvoorziening waarbij naast de medische effectiviteit één of meer andere aspecten (economische, sociaal-culturele, juridische, ethische, en organisatorische) beoordeeld worden met het oog op besluitvorming inzake de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg. Ook onderzoek dat uitdrukkelijk is gericht op aspecten van kwaliteit van leven wordt tot MTA-onderzoek gerekend.
Om inzicht te verkrijgen in de lacunes in en de behoefte aan MTA-onderzoek heeft de commissie een enquête doen uitgaan naar de instellingen die gebruik maken van de resultaten van MTA-onderzoek, in dit advies verder de ’vraagzijde’ genoemd. Een soortgelijke enquête is uitgegaan naar organisaties die MTA-onderzoek uitvoeren, de ’aanbodzijde’ van MTA-onderzoek. Overzichten van de door vraag- en aanbodzijde ervaren lacunes in MTA-onderzoek en het lopende MTA-onderzoek werden vervolgens ter toetsing en bespreking aan een breed forum voorgelegd in een invitational workshop. Met behulp van de aldaar gegeven commentaren zijn de gegevens bijgewerkt waarna tenslotte alle verzamelde informatie nogmaals is gecontroleerd met behulp van de primaire bronnen.
Voor zijn advies over de verbetering van de coördinatie en afstemming van het MTA-onderzoek zijn door de Raad, in aanvulling op het hierboven beschreven werk van de commissie MTA, de volgende organisaties bijeengeroepen: Gezondheidsraad, Ziekenfondsraad, Gebied Medische Wetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, ZorgOnderzoek Nederland, en de Vereniging van Academische Ziekenhuizen.
Op grond van de resultaten van de enquête, de inventarisatie van het MTA-onderzoek en de relevante overzichtsrapporten adviseert de Raad:
- De volgende onderwerpen te beschouwen als aandachtsgebieden die voor verdere prioritering in aanmerking komen:
- MTA-onderzoek naar de economische aspecten van bestaande technologieën (vooral die welke zijn genoemd in de door de Gezondheidsraad bewerkte ’lijst van 126’ van de Ziekenfondsraad), naar nieuwe technologieën inclusief hulpmiddelen, en naar geneesmiddelen.
- MTA-onderzoek waarbij naast de effectiviteit (en eventueel de kosten) ook andere aspecten worden betrokken, zoals regionale en individuele verschillen in zorgverstrekking, complexe zorg, landelijk kwaliteitsbeleid, en de macro-economische impact van (nieuwe) medische technologieën en/of zorgtechnologieën.
- MTA-onderzoek naar preventie en diagnostische procedures.
- MTA-onderzoek naar verpleegkundige en de paramedische zorgvoorzieningen.
- MTA-onderzoek naar verpleeghuiszorg en de ouderenzorg.
- MTA-onderzoek naar voorzieningen in de geestelijke gezondheidszorg. - Het onderzoek naar de methodologie van MTA, vooral dat met betrekking tot diagnostische technieken, standaardisatie van kostenonderzoek, onderzoek¬kwaliteit, besliskundige modellen en patiëntenpreferenties, te doen bevorderen.
- Activiteiten ter verbetering van de disseminatie en mogelijkheden tot toepassing van de resultaten (implementatie) van MTA-onderzoek in het beleid te stimuleren.
Naar aanleiding van het overleg dat is gevoerd met bovengenoemde organisaties adviseert de Raad:
- Ten behoeve van de coördinatie en afstemming van MTA-onderzoek een platform in te stellen waarin naast de Gezondheidsraad, Ziekenfondsraad, Medische Wetenschappen NWO, ZorgOnderzoek Nederland, de Vereniging Academische Ziekenhuizen en de Raad voor Gezondheidsonderzoek ook vertegenwoordigers van de patiënten/consumenten, de beroepsgroep, de verzekeraars en de industrie vertegenwoordigd zijn.
- De taken en de verantwoordelijkheden van dit platform verder uit te doen werken.
- Monitoring van het MTA-onderzoek in Nederland door de RGO te laten plaatsvinden.
- De RGO eenmaal per twee jaar een MTA-advies te laten uitbrengen dat als basis kan dienen voor een kaderprogramma MTA.
- De relatie tussen MTA-onderzoek en doelmatigheidonderzoek, en de positionering van de Ontwikkelingsgeneeskunde nader te bezien.
Wat betreft de overige door de minister gestelde vragen worden in dit deel de volgende opmerkingen gemaakt:
- De ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwde procedure voor de selectie van onderwerpen voor doelmatigheidonderzoek is voor een belangrijk deel al geschied bij de opstelling en nadere toespitsing van de lijst van 126 technologieën door de Ziekenfondsraad, respectievelijk de Gezondheidsraad. De Raad acht het daarom op dit moment niet doelmatig zelf een dergelijke activiteit te ondernemen.
- De aansluiting bij internationale onderzoeksexpertise vindt reeds plaats door individuele onderzoekgroepen en door kennisneming van andere nationale rapporten (bijvoorbeeld van het Verenigd Koninkrijk). In dit kader is op te merken dat aan de kant van de vraagzijde geen voorbeelden werden genoemd waaruit de invloed van buitenlands MTA-onderzoek op het Nederlandse beleid bleek. Tot dusver lijkt de invloed van dit onderzoek op het Nederlandse beleid dus beperkt te zijn geweest.
Commissie
RGODownload publicaties
Raad voor Gezondheidsonderzoek: Advies Medical Technology Assessment. Den Haag: Raad voor Gezondheidsonderzoek, 1998; publicatie 15.
