Advies Biomedical Primate Research Centre
Op 23 juli 1998 ontving de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) een adviesaanvraag van de minister van OCenW inzake het maatschappelijk belang van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC). In deze aanvraag werd verzocht aan te geven wat het belang van dit primatencentrum is voor het biomedisch onderzoek in Nederland, en voor de volksgezondheid in het bijzonder. Meer specifiek werd verzocht in te gaan op de wenselijkheid een chimpanseekolonie in Europa te handhaven, aan te geven in hoeverre handhaving van de verschillende apensoorten binnen het BPRC vanuit biomedisch en/of volksgezondheid-gerelateerd onderzoek noodzakelijk is, in te gaan op de uniciteit van het biomedisch primatenonderzoek van het BPRC in Europa, en aan te geven in hoeverre actuele ontwikkelingen de toekomstige vraag naar biomedisch primatenonderzoek beïnvloeden. Naast genoemde adviesaanvraag aan de RGO heeft de minister drie andere organisaties om advies gevraagd, namelijk aangaande de financiële situatie, de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek, en de dierenwelzijnsaspecten. De vier adviezen tezamen zullen de basis vormen voor een beslissing over voortzetting van de overheidsfinanciering van het BPRC na 1999.
Ter beantwoording van de vragen zijn door de RGO diverse rapporten en verslagen bestudeerd, literatuuranalyses uitgevoerd, interviews met deskundigen afgenomen, en twee ‘site-visits’ afgelegd, één aan het BPRC, en één aan het Deutsches Primaten Zentrum (Göttingen, Duitsland).
In de analyse van opzet en positionering van het BPRC bleek al snel dat het nodig was onderscheid te maken tussen de eigen onderzoeksfunctie en de facilitaire functie. Wat betreft de onderzoeksfunctie heeft de RGO vastgesteld dat de beschikbaarheid van niet-humane primaten binnen het BPRC van betekenis is voor de beantwoording van vragen op het gebied van de volksgezondheid (infectieziekten, o.a. malaria en hepatitis; enkele chronische aandoeningen; en in enige mate xenotransplantatie). De besmetting met de infectieziekten malaria en hepatitis verloopt in de chimpansee als enige primatensoort vrijwel op dezelfde wijze als in de mens. Dit rechtvaardigt het behoud van tenminste een deel van de chimpanseekolonie voor volksgezondheid-gerelateerd onderzoek. Ten behoeve van het onderzoek naar chronische aandoeningen zijn binnen het BPRC onderzoeksmodellen met andere primaten dan chimpansees ontwikkeld voor multipele sclerose, reumatoïde artritis en chronische colitis, die van belang kunnen zijn bij het onderzoek naar nieuwe interventie- en behandelingsstrategieën. Hoewel gebleken is dat de keuze voor een bepaalde primatensoort in tal van onderzoeksmodellen op traditie berust, blijken genoemde modellen binnen het BPRC juist soortspecifiek te zijn. Daarbij blijkt tevens dat voor deze modellen de op MHC-type gerichte fok van belang is omdat er een nauwe relatie bestaat tussen MHC-type en gevoeligheid dan wel resistentie voor bepaalde infectie- of chronische ziekten. Ontwikkelingen in het buitenland wijzen er op dat het belang van goed getypeerde (zelf gefokte) primaten in biomedisch onderzoek toeneemt.
Wat betreft de facilitaire functie van het BPRC heeft de RGO vastgesteld dat deze op Europees niveau goed is vervuld, maar dat het BPRC in deze functie voor instituten in ons land in meer dan één opzicht tekort is geschoten (in o.a servicebereidheid, meedenkend vermogen, prijsstelling, vermijden van belangen tegenstellingen). Dit heeft er mede toe geleid dat een aantal potentiële Nederlandse gegadigden oplossingen buiten het BPRC heeft gezocht. Dit laatste impliceert wel dat in ons land behoefte bestaat aan primatenonderzoek.
Hoewel de RGO niet over objectieve criteria beschikt om het aandeel van het BPRC in biomedisch en volksgezondheid-gerelateerd onderzoek te wegen, stelt de Raad vast dat het BPRC door de combinatie van goed getypeerde (gecontroleerde fok) apen, specifieke immunobiologische kennis en MHC-typering een zinvolle bijdrage aan het biomedisch en volksgezondheid-gerelateerd onderzoek levert. Mede op basis van actuele ontwikkelingen in het biomedisch onderzoek concludeert de Raad dat er argumenten zijn de onderzoeks¬en de facilitaire functie van het BPRC te laten voortbestaan, maar dan als twee functionele entiteiten te onderscheiden. Wel zou aan een aantal strikte voorwaarden dienen te worden voldaan.
Commissie
RGODownload publicaties
Raad voor Gezondheidsonderzoek: Advies Biomedical Primate Research Centre. Den Haag: Raad voor Gezondheidsonderzoek, 1999; publicatie 18.
