Naar het menu

Desinfectantia in consumentenproducten: Signalement

Status

Published
16 February 2001

Download publications

De laatste jaren komen steeds meer consumentenproducten op de markt die desinfecterende stoffen, zoals triclosan, chloorhexidine of quaternaire ammoniumverbindingen, bevatten. In het bijzonder in opmars is toevoeging aan schoonmaakmiddelen en producten voor de persoonlijke verzorging, zoals handzeep, douchegel, deodorant en tandpasta. Die toevoeging resulteert volgens de fabrikanten in een extra bescherming van de gebruiker tegen ziekteverwekkende micro-organismen. Omdat infecties een substantieel deel van de ziektelast in ons land vormen, zou een groter gebruik van desinfecterende stoffen inderdaad kunnen resulteren in gezondheidswinst. Tegelijkertijd echter, ontlenen deze stoffen hun ontsmettende werking aan het feit dat ze voor bepaalde organismen giftig zijn; ze zijn dus wellicht niet geheel onschuldig.

In het voorliggende advies wordt de balans opgemaakt. Daarbij komt zowel de betekenis van desinfectantia voor de volksgezondheid als hun invloed op het milieu aan de orde. De nadruk ligt op het eerste.

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat routinematig gebruik van desinfectantia thuis zinvol is. Dat geldt in het bijzonder voor desinfecterende en zogenoemde ‘hygiënische’ schoonmaakmiddelen en voor antibacteriële (hand)zeep en andere huidverzorgingsproducten. Mits men de voorschriften in acht neemt voor een goede hygiëne, zoals het regelmatig wassen van de handen, het schoonhouden en drogen van het aanrecht en het gescheiden houden van rauw en gekookt voedsel, is de kans om thuis een infectie op te lopen gering. Desinfectie zal in de meeste gevallen nauwelijks bijdragen aan vermindering van dat risico. Antibacteriële stoffen in tandpasta en deodorant dragen wel bij aan de werkzaamheid van het product.

Een antwoord op de vraag of (grootschalig) huishoudelijk gebruik van desinfecterende stoffen risico’s meebrengt voor de volksgezondheid en de kwaliteit van het milieu, is niet te geven. Op theoretische gronden en op basis van uitkomsten van laboratoriumonderzoek is niet uit te sluiten dat er zich problemen zullen voordoen als gevolg van toxiciteit voor de mens (bijvoorbeeld huidirritaties), verschuivingen in de normale microbiële flora van huid en slijmvliezen (met daardoor verhoogde kans op infecties door pathogenen), resistentieontwikkeling en verontreiniging van het milieu. Vooral de mogelijkheid dat de resistentie van bacteriën tegen desinfectantia, en misschien ook tegen antibiotica, wordt bevorderd, baart zorgen. Weliswaar zijn er geen concrete aanwijzingen dat zich in de praktijk ernstige problemen voordoen, maar er heeft nog nauwelijks praktijkonderzoek plaatsgevonden. Toepassing van desinfectantia kan bovendien bij de gebruiker een (misplaatst) gevoel van veiligheid oproepen, wat verwaarlozing van de normale hygiëne in de hand kan werken.

Gezien de onbewezen gezondheidswinst en de mogelijke risico’s is terughoudendheid raadzaam bij het toevoegen van desinfectantia aan consumentenproducten en bij het gebruik van producten met dergelijke toevoegingen. Vooral het gebruik van schoonmaakmiddelen en huidverzorgingsproducten met een antibacteriële of ‘hygiënische’ werking dient alleen plaats te vinden op advies van een arts op grond van medische indicaties. Het verdient aanbeveling deze indicaties nader te specificeren. Een goede instructie van de gebruiker door een deskundige is noodzakelijk.

Er is behoefte aan meer inzicht in de mate waarin, onder praktijkomstandigheden, micro-organismen resistent worden tegen desinfectantia en in de gevolgen van grootschalig en langdurig gebruik van deze stoffen door consumenten voor de resistentie tegen antibiotica. Meer kennis is ook nodig over de invloed van desinfectantiagebruik op de normale microflora en de eventuele consequenties voor de menselijke gezondheid. Er is eveneens behoefte aan meer inzicht in de mate waarin desinfectantia in het milieu terecht komen, over hun lot daar en over de ecologische gevolgen.

De wettelijke mogelijkheden om het in de handel brengen van desinfectantia-bevattende consumentenproducten te beperken zijn gering. De Bestrijdingsmiddelenwet en de Wet op de geneesmiddelenvoorziening bieden geen mogelijkheid om op grond van het feit dat goede alternatieven, in dit geval ‘gewone’ reiniging, voorhanden zijn, producten van de markt te weren. De Warenwet is in dit opzicht evenmin een bruikbaar beheersinstrument, omdat producten die onder deze wet vallen vrij verhandelbaar zijn. Niettemin bestaan er nationaal en internationaal diverse plannen en initiatieven om door wijzigingen of een andere interpretatie van wetten meer grip te krijgen op de toevoeging van desinfectantia aan consumentenproducten. Afspraken met de industrie en publieksvoorlichting vormen andere beleidsinstrumenten. De boodschap aan de consument zou moeten luiden dat een goede huishoudelijke en persoonlijke hygiëne de beste manier is om het infectiegevaar te beperken en dat van veel antibacteriële en ‘hygiënische’ producten niet bewezen is dat ze bijdragen aan een vermindering van de ziektelast. Ook is het van belang aandacht te besteden aan het feit dat de meeste micro-organismen onschadelijk of zelfs nuttig zijn en slechts enkele ziekteverwekkend. 

Download publications

Gezondheidsraad. Desinfectantia in consumentenproducten: Signalement. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001; publicatie nr 2001/05. ISBN  90-5549-361-9

Subscribe to newsletter